Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weeglijke witte stip, die heel klein tegen den achtergrond uitkwam. Misschien een der zilverglanzende reigers, die men bij Potsdam aan den oever van den Havel overal bewegingloos in 't groene riet kan zien staan. — 't Is moeielijk te oordeelen over de grootte van dingen, als men zoo vlak over t water staart, maar dit moest wel een enorm groot exemplaar zijn. — 't Volgend oogenblik sloegen de golven voor mij op, en zag ik niets meer dan de zwarte kruinen der woud-silhouette. In wondere majesteit vertoonde zich het reusachtige spel der onweerswolken. Heen en weer geschommeld in het onmetelijke, kokende watervlak, was het mij of ik den wolkendam grijpen kon, alsof ik er zelf midden in zwom, en er dan weer afstortte. De wolken hingen zoo diep, of ze werkelijk niet ver van 't water af waren; ééne vooral, hing geelachtig-vaal, in fosforschijn vóór de anderen omlaag. Bliksem na bliksem scheen juist uit naar neer te stralen. Ik had, aan mijn gedachten overgegeven langen tijd in zalige verrukking deze hemelstragedie, dezen' strijd van vuur en van water aanschouwd. Toen, uitkijkend over het regengeslagen meer, zag ik iets geschieden, wat een minder goed zwemmer verderflijk had kunnen worden. Ik zag

veraf, maar toch ontzettend duidelijk — een wit gezicht met de golven op en neer gaan — en het werd, in zijn geheel, steeds grooter, kwam recht op mij toe .... in een seconde joegen de dolste, zenuwverlatnmende gedachten door mijn hoofd heen — ik was immers in een spokenland — dit huiveringwekkend meer, waarbij geen enkel huis stond, en welk oord door menschen werd gemeden, — als nu ..

Mijne armen werden toch ietwat stijf — tegelijkertijd echter stifcic!T mijne voeten op een met riet begroeide ondiepe plek, waar ik ongemerkt op was geraakt. Het water reikte mij hier slechts tot aan de borst, toen ik vasten grond onder de voeten had, gleed tegelijk een lachje over mijn gezicht: het was een levend mensch, dat daar zwom juist als ik. Een zwavelgele bliksemstraal laaide egelijk en scheen, door 't reflex der golven, duizendvoud versplinterd, in duizend vuurnagels de zwarte diepte in e gaan. En ik zag duidelijk, dat het een vrouw was, die daar zwom, en nu kwam ook een bekende stem tot mii over: He, goed vriend, heer dokter!

Mijn gelukkig veroverde vaste stand redde mij ten tweeden male van verdrinken. De nix in 't onweersmeer was Lilly — Lilly Jackson — Lilly zelf.

En terwijl ik moeite deed mij in mijn wankelenden stand

Sluiten