Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet nog eens naar het park. Maar alleen. Goeden nacht, t was mooi vandaag. — Zij zeide dat met neergeslagen oogen, zacht als een kind. Ik zag haar na, tot ze om den hoek verdween, een groot verlangen kwam over mij, die eenzame vrouw te volgen, en haar mijn vereering te' zeggen, ik was meer bedwelmd dan van middag na de champagne.

De graaf opende de deur zijner studeerkamer voor mij en riep, met schitterende oogen: — Kijk eens, hier heb ik het.' — Op een der tafels, lagen, naast de vellen met het geestesschrift, twee opgeslagen boeken. — Daar, lees? Het eene boek was Humboldts -Kosmos». In het derde deel stond het gedeelte, waar de geest naar verwezen had. Het tweede boek was een uitgave der brieven van Humboldt het opgeslagen blad bevatte een gefascimileerden brief van' zijne hand. En dit handschrift kwam geheel overeen met dat van Lilly, onder invloed van den vreemden geest. — Ik had geen rust, vóór ik het had gevonden, zeide de graaf. Nu is er geen twijfel meer mogelijk, welke heerlijke geest tot ons gesproken heeft.

Ik bladerde het boek door tot aan het portret van ♦e" ou(*en.JÏeestesheld. Daar waren zijne fijne diplomaattrekken, zijn ster en ridderorde pour le mérite, zijn witte das en zilveren haar. Ik dacht aan het portret dat in de ontvangkamer van den professor hing, toen ik daar zoo diep vernederd werd. Die stille toeschouwer aan den muur had mij dus zelf gerechtvaardigd

Nu moest ik opjubelen, nog luider dan de graaf. Maar vreemd, de heele kwestie kwam me, op dit oogenblik, niet zoo gewichtig voor. Ik zou haar opgegeven hebben voor één kus, niet van de bleeke lippen der geestenzieneres, maar van de wilde lippen der vrouw, met wie ik gezwommen had door de schuimende onweersgolven van 't onstuimige meer.

Sluiten