Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

z®f?§e,1> dat Walter om elf uur in de groote iial een za.ng van zijn nieuw epos zou voorlezen. Geeneen bleef dan ook weg, doch in het oogenblik dat onze vriend zijn manuscript opende, kwam de post en bracht een brief van Therèse, met het poststempel Berlijn. Op den algemeenen wensch opende ik dien aanstonds. Het geopende couvert bleef, terwijl ik las, voor mij op tafel liggen, zoodat Lilly die juist tegenover mij zat, de korte, hoekige halen van het dameshandschrift op het adres gemakkelijk moest kunnen herkennen. De inhoud van het schrijven was zeer kort en naar het mij tenminste toe leek, ook zeer koel. Om te beginnen, geen nader uitsluitsel aangaande de gebeurtenissen vóór en tijdens Edmondsd ood. Tnérèse begon met de verontschuldiging, dat zij door een hevige ziekte niet eer had kunnen schrijven. Haar hulp en troosi was haar neef geweest. &

Niet minder dan vier keer kwam zij in dien brief op dien neef terug. Gisteren was hij ook met haar naar Berlijn gereisd om haar behulpzaam te zijn bij het opbreken van het oude huishouden. Zij ging n.i. — dat kwam achteraan alsof het iets bekends was, terwijl het toch het meest belangrijke was — volgens een snel getroffen overeenkomst haar neef had er een goed woord voor gedaan naar haar tante in Ehrenfeld, die haar vroeger ook reeds gehuisvest had. Tante had zich bereid verklaard, haar nogmaals een jaar bij zich te nemen, opdat zij in Keulen haar examenstudie zou kunnen voltooien. Maandag om half een zou ze vertrekken van het station Friedrichstraat.

Neef was naar mijn woning geweest en had gehoord, dat ik nog op het land was. Nu was wel in Berlijn alles zoo goed mogelijk geregeld, maar — het kwam een beetje droog heel in een hoekje van het papier — ze zou me toch gaarne nog eenmaal ontmoeten, wanneer de reis van het Spreewoud naar Berlijn niet al te ver en niet al te Luur was. Maandag om tien uur zou zij haar sleutel afgegeven en dan had zij geen tehuis meer in Berlijn. Die twee uur konden we misschien nog samen doorbrengen. Ze wilde me ergens ontmoeten halverwege tusschen onze oeide woningen, bijv. in het restaurant van Josty aan de Postdammer Poort, om half elf. * Groetend Thérèse Thaier».

Niets is pijnlijker dan een onduidelijk, met bleeken inkt geschreven brief te moeten lezen, terwijl vele oogen op ons gericht zijn, die allen wachten tot men eindelijk met zijn particuliere aangelegenheden gereed zal zijn.

Sluiten