Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En uit den vuuradem dezer vrouwelippen, uit den gloed der kussen zelf, steeg het in mij op als wierookwalm, als dainp der vuurzuil, waaruit eens de stem des Heeren tot Mozes klonk, ook ik hoorde een doffe, bruischende stem, die sprak: «Waarheid, wat strijdt gij om waarheid? Waarheid is liefde, waarheid is slechts de vrouw in uw arm! En opnieuw klonk het, op de melodie, die daarbinnen gezongen werd:

«Gott ist iin allem, was da ist,

Er ist in uhsern Küssen »

toen mijne lippen de bleeke wang beroerde, was zij vochtig van tranen. Ik begreep dat niet. Hoe kon dit meisje weenen in zulk een zaligheid, dat de wereld mij een zee van geluk toescheen? Maar de tranen verdwenen ook weer, door den gloed verteerd. Ja, de stem had gelijk: hier was de waarheid, de eeuwige waarheid, niet aan gene zijde des grafs — hier, hier, levend, in mijn arm, niet in het woord, dat van haar lippen kwam, maar in de lippen zelf...

«Gott ist im allem, was da ist,

Er ist im unsem Kussen......

Dwazen daar in 't Spreewoud, die voor dit wonderbeeld geknield, gebeden en gevraagd hadden — zij hadden de Godin moeten liefhebben, als mensch zich met haar vereenigen,. om te ervaren wat in haar goddelijk, zalig en verlossend was.

Ik had geen flauw besef meer, waar wij heengingen, t Was mij slechts, als reden wij steeds dieper en dieper het grauwe tooverwoud in, ver van alle menschelijke woningen, Daar, opeens, hield het rijtuig stil. De breede massa van den koetsier kwam in beweging, en stemmen rumoerden: — Uitstappen. Het station!

Ik hielp Lilly uitstijgen — rechts, links, overal glinsterende lichten, niet aan den hemel, doch dieper, naar beneden, zoover het oog zien kon, over de heele verte verspreid.

— Waar zijn wij? vroeg Lilly. — Aan 't station Westend, op den drempel van Berlijn. De wagen ratelde zwaar weer weg, de rumoerige troep was in 't stationsgebouwtje verdwenen, — wij stonden alleen. Het woud, waaruit wij gekomen waren, was geheel donker, als een verzonken wereld achter ons.

— Waar ligt Berlijn? vroeg Lilly. Ik keerde mij naar die

Sluiten