Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI.

c klopte. Het «binnen» klonk, alsof het kloppen reeds lang was verwacht en op een trillend zangerigen toon. En het hoelH dat ilc 7HfY tri O tl rln

vleugels opengingen, was even als de klank'die het ingeleid had. Uit het donker van den corridor zag, ik. half verblind recht in een stralende gouden lichtgolf. Ze stroomde door de openstaande vensters, Lilly's gestalte omhullend, die zich donkerder afteekende, en toch van inagischen glans overstroomd scheen.

— Wel, goed geslapen, mijn vriend? lachte zij, na een kameraadschappelijken handdruk. — Je komt laat, we zullen gauw moeten koffiedrinken.

De sterke geur van dien drank vulde de gansche philosophcnkluis. De boekenkast stond open; een boek lag er opengeslagen tusschenin, dat ik jaren geleden eens uitgegeven had. Zij had dit opgeschommeld en erin gelezen. Toen ik in t sofahoekje plaats genomen en een harer sigaretten aangestoken had, begon zij levendig over den inhoud ervan te babbelen. Het licht van den komenden dag viel ook nu over haar, zooals zij daar tegenover mij zat. Ik luisterde slechts met een half oor, maar mijn blik liet haar niet los. binds de gedachte in mij was opgekomen, dat zij mijn vrouw zou kunnen worden, zag ik haar met andere oogen aan, en zij scheen mij trotscher, vrijer en begeerenswaarciger toe dan ooit. De gansche morgenstond scheen mij in haar te zijn belichaamd; de morgen, na dezen langen nacht vol kwellingen. De klok tikte, de minuten tot de komst van den wagen waren geteld, 't Was nu zeker niet het oogenblik om met het gewichtige, dat ik op 't hart had, voor den dag te komen, maar toch scheen zij te voelen, dat ik wat wilde zeggen ; haar gebabbel verflauwde, en een paar maal keek zij rnii vragend aan. Toen ik zweeg, ging zij achterover liggen,

Sluiten