Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereldstad *orentjef ~ een tegenstelling met de

laatsteraftie? Sf" h JOng groen' en vlak achter de hof met een naar Hn'" dc. warme korengolven een kerknoT met een paar dozijn kruizen, zonder versiering Ik

vroeg haar of zij aan Pschipolnitza geloofde. — Neen miin

zich"bezinneiuf' ^ de menschen zelf- ~ Daarop,

zien Deziniiend. — t Kan overigens wel waar ziin De £rraaf

heeft er zijn theorie over, die moet het weten Na een

EÏÏSf' i°e" -'j. °P ee" paadje' tusschen de gloeiende velden hepen, ging zij langzaam voort: - weet je, ik zou een hms

« n"m SsS, Thi'h',k0re:'' "Cr6e"s ee" ""S

geen menschen. Ik heb zooiefs m een boek gelezen Dan

zou men de zon en de heele wereld voor zich alleen hebben

Een domme droom, hé? '(Beste zij,, zij er nog a "toe dui op t ke'kliol tusschen het koren liggen, die zijn dood.' Maar de dood is immers geen einde ?

nog leven ? ' V°°r m'in part" En wij willen immers

elkaa?J oiiderdehïfaHiPn0fd teg?i? "T Schouder' en wiJ' kusten eikaar onder het diepe, wolkenlooze blauw des hemels.

eerst was er m onze kussen weer de volle

overgave van gisteren. De harde schijn der wereldstad met

zijn onverbiddelijken waarheidseisch' was uitgebluscht- in

den geur van 't open land. scheen het tegenstrLige'nLil v

en m onze heele verhouding versluierd en uifgewischt

Een doip groeide, als een eiland, uit het koren od dan een

moeras met gele irissen. Slechts zelden meer dan een dak

sJden GeenPmpSOehnafChtigu Stukj'eS iand' van kana,en door-' sneden, Ueen mensch te bekennen, overal groote Zondagsrust, hoewel het geen feestdag was. Langen tijd stonden wij, droomverloren in innige omarming op een der hooge bruggen, beneden ons het diepe blauwe kanaal dat onfe

hiiaH' WTSp,egelde' rechts e" links aan den oever de zilverblaadjes der wilgenboomen, het goudrood der stammen en aarachter de weide, groot, heet.6 Dan liep het palange." tijd langs een water, aan beide oevers, waarvan zich een oerwald van bloeiende vergeet-mij-nietjes uitstrekte. En dan mèJ gene.z,Jde van een beschaduwde brug, een groot, wit huis

Slen eik een herh16"' mCt ba,lken onder een kol°ssaien eik. een herberg, waar wij rusten konden, de grootste

n verren omtrek. Onder den reuzenboom zat eentroep

boorHesnvaUn 'Sn ^h"' henidsmouwen, die in twee

chamnLne t? ££ " W3r? gevaren- Zij dronken

Champagne en schertsten met de bleeke, blauwoogige

Sluiten