Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE BOEK.

I.

sr weken waren verioopen sinds het vurige liefdesavontuur in het woud. Een verstikkende hitte lag over het aardrijk en zelfs het Spreewoud met ziin

duizend waterloopen lag als begraven onder het stof. Ontzaggelijke zwermen muskieten maakten overdag het roeien onmogelijk, het loof verdorde, het sappige groen werd vaal, als gingen wij reeds den herfst in.

Mijn spiritische studiën vorderden in deze weken maar zeer langzaam. Niet omdat na den eersten aandrang mijn geestdrift reeds afgenomen zou zijn, integendeel, ik had nog denzelfden lust om mij heele dagen bij mijn boeken op te sluiten. Wat mij daarvan afhield, was iets heel anders. Het lag in mijn verhouding tot Lilly. Bijna iederen avond, wanneer de hitte des daags een weinig afgenomen was, haalde ze me van mijn kamer af en dan zwierven we tot in den nacht op de eenzame wegen rond, om dan meestal laat terug te komen in een hier of daar gehuurd bootje.

Spoedig was er in de heele streek geen plekje, dat we niet doorgesnuffeld hadden. We beklommen den met gras begroeiden berg, waar het signaal der driehoeksmeting stond en genoten van daar den verrukkelijken zonsondergang. Op eenvoudige boerenhoeven lieten we ons een eenvoudig avondmaal bereiden, snoek bijv. die in de riviertjes in onuitputtelijke hoeveelheid voorkwam en toebereid werd met een roomsaus, die een keukengeheim van het Spreewoud is. Meermalen verdwaalden we tusschen al dat water en vonden niet zonder de grootste moeite en met opoffering van een massa lucifers om de wegwijzers te lezen, den weg weer terug. Een Zondagmorgen vertoefden we voor de kerk in het Wendendorp en genoten

Sluiten