Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet uitsluitend om haar zelf, maar vóór alles in 't belang der wetenschap. De graaf drong mij bijna dagelijks, dat ik eindelijk een nauwkeurig verslag over het belangrijke visioen zou opstellen, en in een vaktijdschrift openbaar maken. Het verzegelde dokument lag ook al lang klaar in mijn schrijftafel, maar een dwaze angst had mij tot nu toe verhinderd, het weer op te nemen. Als het echter zijn nut zou hebben, was vóór alles een nauwkeurig bericht van Thérèse's hand gewenscht. Ik had mij al een paar maal getroost met de gedachte, dat er wel een verslag van 't gerechtelijk onderzoek zou verschijnen, of dat de neef het zou zenden, of de kranten erover berichten zouden. Maar dat kon nog lang duren, en het was totaal overbodig, zoolang Thérèse bestond. Bij Walters vraag beloofde ik mijzelf, nog denzelfden dag haar te schrijven. Wij babbelden nog een tijdje over het visioen zelf. Walter vroeg heel nuchter naar enkele bizonderheden, en ik was telkens verbaasd hoe verward mijne herinneringen reeds waren. Ik had tusschentijds die geschiedenis minstens een dozijn keeren verteld, en 't was of juist dit telkens herhalen der hoofdzaak, mijn herinnering aan bizonderheden weggenomen had.

— Dat het een hallucinatie in wakenden toestand was, schijnt mij niet bewezen, zeide Walter, — de waarde ervan blijft hetzelfde, ook als het in den droom was gebeurd. — Ik bestreed deze meening. Ik had de kamer, de banden der Lexicon te duidelijk gezien. Neen, ik was klaar wakker geweest.

— Nu, of zooiets ook niet in den droom voorkomt? Ik weet het niet.

Hij ging de andere punten na. 't Sterkste bewijs lag in de overeenstemming met den tijd. — Dat elf hier en elf daar heeft werkelijk iets betooverends.

Toen hij daar zoo den nadruk op legde, dacht ik aan mijn ouden professer. Ik sprak anders niet graag over dit pijnlijke tooneel, maar Walter kende hem nauwelijks van naam.

— De man wilde juist daar de schakel verbreken. Hij kwam aan met het onderscheid tusschen Maagdenburger en Berlijnschen tijd. Een heel dom argument, want het visioen heeft bij mij ook werkelijk vóór elven plaatsgehad, dus een bevestiging inplaats een tegenwerping.

Een korte pauze ontstond, toen zeide Walter: — Wacht eens, hoe zit het met dat onderscheid ? Ik zet dus mijn

Sluiten