Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

°e" b(ion}> .schoot mij te binnen en tegelijkertijd kreeg ik een onbedwingbaar verlangen om een blik te slaan in die

•ifü" ^3r en' Het was twint'g minuten vóór twaalven ik kon daarna nog wel naar het park gaan.

,werd het mij duidelijk dat een zeker weten wat Lilly juist in dit oogenblik uitvoerde, toch van groot belang zou kunnen zijn. Wat mij echter voornamelijk aandreef was niet in de eerste plaats deze late erkenning, doch iets heel anders. Ik was in weerwil van den intiemsten omgang nog nooit in Lilly's kamer geweest. Een allesoverheersende wensch kwam nu in mij op, die dan tenminste eens te zien. Ik overlegde niet langer, wierp de overjas weg en werkte me in den kastanje omhoog. Hoewel de schors van den boom door de vochtigheid glad geworden was en het trillende loof me tot op de huid toe nat maakte, kwam ik onverhoopt gemakkelijk tot aan de benedenste takteen en vandaaraf kon zelfs een blinde naar boven komen. Opeens kwam mijn hoofd in den lichtschijn daarboven e>i ik zat tusschen de helderst verlichte, verwelkte kastanjebloesems zóo dicht bij het venster, dat het mij binnen het bereik mijner handen toescheen. Het lag reeds in de leien helling van het reuzendak met zijn verscheidene verdiepingen Binnen m het vertrek zag ik eerst alleen maar het blfek-

lchtscherm va» een lamp. Op het tafelblad daaronder lagen een paar schriften en een dik boekdeel in donkeren, leeren band. Op den achtergrond schemerde tusschen de opening van de half teruggeschoven alcoofgordijnen een wit bed, waarvan de dekens teruggeslagen

studeeren ? W* die Ülly "0g 200 laat&te

Nu streek een schaduw voorbij de gordijnen van het andere venster op het volgende oogenblik trad «J gestalte binnen den engen lichtkring der lamp. — Lillv Zii droeg een grijs en wit gestreepte ochtendjapon met zachte plooien, heur haar hing los over den rug. Tweemaal zweefde zij snel de kamer op en neer; toen trad zij voor het venster, niet geheel en al er naar toe gekeerd, maar zoo

gelicht glansde " lichtsch,'jn °P een deeI va" haar

Een oogenblik bleef zij onbeweegelijk staan. De wind ruischte hoorbaar door de boomen en strooide druppels neer in den zwarten nacht over de gracht. Van den kant van het park meende ik flauwtjes de stemmen der anderen te hooren. Lilly keek strak voor zich uit, naar het mij toe-

Sluiten