is toegevoegd aan uw favorieten.

De godin van het licht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Wilhelm, haai het verbandkistje!

Het was de eerste maal, dat zij mij in tegenwoordigheid der anderen «Wilhelm» noemde, maar niemand scheen dat op te merken. Walter en de kapitein sprongen tegelijk met mij op om haar wensch te vervullen. We wisten allen, waar de huisapotheek was. De graaf was in deze dingen heel precies, het was misschien de eerste maal, dat iemand in zijn huis vijf minuten lang zonder hulp bleef. Toen ik door het donkere voorhuis naar de gangdeur ging, ten slotte een lucifer afstreek en samen met Walter het kistje uit de ziekenkamer haalde, was ik geheel en uitsluitend vervuld van het streven geen tijd te verliezen; om het bedrog dacht ik heel niet meer.

Lilly was voor de schijnbaar bewustelooze neergeknield. Zij deed de flesch met carbolwater open en rolde den zwachtel uit het kistje open. Terwijl ik haar hielp en de kapitein met de lamp bijlichtte, zeide zij met den koelen ernst van een arts, die geen verwijten doet, maar handelt: — Die schmink is vergiftig, die ze over haar armen en beenen gestreken heeft. De wond is ontstoken, misschien is er iets van ingekomen. Neem je in acht, je handen ruiken ook al naar dat tuig.

Het viel mij in dat de handen van den graaf er mee bevuild geweest waren, evenals de mijne en dat hij haar de kous uitgetrokken had.

Een heele poos duurde het, eer zij met afwasschen klaar was en het nieuwe verband goed zat. Niemand sprak en de graaf, die nu in 't halfdonker zat, had zijn hand onder zijn hoofd gesteund en scheen in somber nietsdoen het einde van deze Samaritaner-scène te willen afwachten.

Lilly vroeg me ten slotte om de dienstboden te bellen. Het heele dienstpersoneel in het slot was toch reeds op de been. Emestine werd naar de ziekenkamer gedragen en een bode moest den dokter uit het stadje gaan optrommelen.

Meer dan een half uur verliep, eer Lilly eindelijk weer de zaal binnentrad, onbevangen, alsof er niets gebeurd was, met hetzelfde glimlachje als tevoren. Zij kwam nu dicht naar de tafel, waar de lamp weer opgezet was. Het sloeg iuist half twee.

— Nu, heer graaf, het noodigste, wat u vergeten had, is nu geschied, nu kom ik voor uw andere vragen hierheen. Lilly weet alleen dat hier iets gebeurd is, maar niet wat? Vertel dat eens. Nu, wat heeft Lilly gedaan?

Zij glimlachte. Het was de glimlach van een onschuldig kind.