Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Hij is er niet, zei ik, óf hij slaapt. De arme kerel zal, na vannacht ook rust noodig hebben.

— Bah, die heeft het phlegma der gelukkigen. Een trek uit zijn pijp, en hij is alles vergeten. — Wij stonden nog besluiteloos, toen een schuit op het kanaal zichtbaar werd. Een groot, weelderig boerenmeisje voerde de roeispanen. De gestalte verhief zich scherp en bijna bewegingloos tegen den diepblauwen hemel. De kristallen spiegel beneden gaf de schrille kleuren weer, de witte hoofddoek, het zwarte keurslijf, de bloedroode rok — een prachtig gezicht, dat iets plechtigs had door de stilte en 't onmerkbare naderbijkomen ... Een oogenblik later hadden wij 't gras van 't park onder de voeten. — Nu zullen wij tenminste onze visitekaartjes op Frey's schildersezel plakken. Ik geloof haast, dat hij op geheime avonturen uitgaat, pas maar op voor concurrentie bij Lilly.

Wij lachten beiden hartelijk, en liepen lachend om 't huis heen, nog eenmaal roepend: Frey, Frey! Maar het bleef even stil. De huisdeur stond, als gewoonlijk, open.

— 't Zijn hier op 't land toch paradijstoestanden, zei ik, terwijl wij, de graaf vooraan, de donkere trap opklauterden. Ik stond nu, in de enge ruimte, dicht achter hem, hij drukte tegen de deur. Een reet was open, maar er scheen van binnen iets tegen te liggen. Eindelijk week de deur.

— O... ooo ...

Ik zag de graaf een stap vooruitdoen en zich bukken ... 't volgend oogenblik stond ik ook in de kamer... de graaf knielde naast eene gestalte, die achter de deur gelegen had... het was Fre>.

— O, God, o, God — dood?

De graaf zei niets. Het volle, groene licht viel door het loofgordijn op het omhooggeheven gezicht. De trekken verwrongen, star, akelig. Bij het oprichten kwam tusschen de krampachtig opeengeklemde tanden bloed te voorschijn.

— Een bloedspuwing? vroeg ik toonloos; onderwijl viel mijn oog op een pistool, dat van den grond opblonk ... 't heele vertrek was vol kruitdamp. Wij scheurden het bloedige hemd open — een schot in de borst, 't Was een doodelijk, maar toch een slecht schot geweest. De stervende had zich in vreeselijke pijn door de heele kamer gewenteld, het bloedspoor ging van 't venster naar de deur. Misschien had hij nog willen roepen, of zich naar 't park sleepen... een mensch, die door een tijger wordt overvallen, kan geen wanhopiger uitdrukking in zijn gezicht hebben.

Sluiten