Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu vlammende stralen uit, als een werkelijke kroon van den ouden Wendenkoning. Dit geweldige vuurwerk der natuur was mij vandaag volmaakt onverschillig. Ik staarde naar den donkeren wolkenkolossus. De karmijnrand was nu boven, en kromde zich in de roodachtige stralen, als een duistere spokenhand, die 't laatste licht daarboven wilde grijpen en meetrekken in den nacht. Een boek met zeemansspookjes kwam mij in de gedachte. Daarin werd gesproken over de «Satanshand». Voor de koene schippers, die zich in de open wereldzee gewaagd hadden, strekte zich opeens een zwarte reuzenhand uit den vloed op, en dreef hen terug. Niet alleen die wolk deed mij daaraan denken: ook uit het werk, dat wij wrochtten, rees een satanshand. Maande zij om te keeren? Of was geen ontvlieden mogelijk, had zij de zon reeds verslonden en kwam nu langzaam, onontkoombaar ook over ons? Ik trad de kleine gelagkamer binnen, die leeg was. Alles precies, als toen ik hier met Lilly gerust had... ik zette mij op de bank en steunde het moede hoofd in beide handen. Geen mensch scheen aanwezig te zijn voor de bediening. Eindelijk nadat ik een paar maal gestampt had, kwam daarbuiten iets de verandatrap op. Ik hief het gezicht op, om te zeggen: — Brengt U mij

toch maar 't was niet het verwachte Wendenmeisje.

Uniformknoopen glommen, 'twas de brievenbesteller. Hij groette, en zette zich aan een ander tafeltje. Later scheen hij mij te herkennen, schommelde in zijn tasch en bracht mij een brief. Door een toeval kwam hij zoo laat; zijn boot had zich vastgevaren, wat hij tweemaal over heel nauwkeurig vertelde. Ik hield onderwijl den brief onafgebroken in de hand ... de eerste blik op handschrift en poststempel had mij reeds verraden, dat hij van Thérèse kwam. Eindelijk verscheen de kasteleines met een kind op den arm, en stremde den woordenstroom. Daar in 't vertrek reeds de duisternis inviel, trad ik naar buiten op de veranda. En toen las ik den brief, het papier gelig door den avondglans, die zich nog eens door de wolken gevochten had. Eerst was het mij, of er een stem uit een andere wereld klonk. Mijn brief, die toch alleen geschreven was uit louter verstandelijken wetensdrang, had het arme meisje blijkbaar de grootste vreugde verschaft. Ondanks mijn moede, van alle zinnelijkheid ver verwijderde stemming voelde ik, reeds uit den aanhef, de warmte stralen. Als zij wrok gevoed had over mijn koele houding van toen, was die nu zeker overwonnen door mijn poging tot toenadering. De eerste

23

Sluiten