Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan uit dit mooie hoekje geweken? Hoezeer ik mijzelf zocht wijs te maken, dat er niets fundamenteels was getroffen, slechts een geval, dat lang niet eenig was in de spiritistische litteratuur, had ik toch geen moed, iemand uit onzen kring van dit nieuwe feit op de hoogte te stellen. Ik ging naar mijn kamer, stak de lamp aan, en bleef den geheelen avond alleen. Ik was van plan geweest, onmiddelijk het verzegelde protocol van dien nachtscène voor den dag te halen en door te lezen — ik opende ook de schrijftafel, en nam er een bundel schriftstukken uit, waaronder zich het couvert moest bevinden. Maar ik legde alles weer weg, en praatte mijzelf voor, dat ik er nu te opgewonden voor was; ook Thérèse's brief legde ik, zonder nalezen, tusschen de andere papieren. Ik nam den laatsten jaargang van het tijdschrift «Sphinx» en las daar twee uren in, zonder de rechte belangstelling, en met zeer veel twijfelzucht. Juist de berichten, die ik vandaag vond, schenen mij heelemaal niet te voldoen aan de eischen van nauwkeurige waarneming. Ik zette groote vraagteekens bij een paar fouten, en verkreukelde de hoeken, dat het jammer was van het mooie papier. Daarop legde ik mij tot slapen, en sliep een tijdje vast en zwaar; daarop werd ik telkens wakker en in den tusschentijd kwelde mij de herinnering aan Edmond, aan Frey, aan Ernestine. In een toestand tusschen waken en droomen dook plotseling de herinnering op aan het verzegelde document, 't Was mij, alsof ik het besluit genomen had, 't nog eens te lezen en met den brief te vergelijken. Dan eerst zou ik slaap en rust vinden kunnen. Nu meende ik mijzelf te zien opstaan, en kleedde mij aan, stuk voor stuk, en opende, met de brandende kaars in de hand, de deur van het kleine blauwe salon. Ik ging daar aan 't venster staan, en sloeg een der vensterdeuren open. Beneden lag het rozenprieël, van maneschijn verzilverd; de boomen in 't park ruischten. Ik keek om, en zag de kaars flikkeren, het licht danste over de muur heen, ik zag duidelijk alle voorwerpen in 't vertrek. Ik sloot het venster, en ging dwars door het salon naar den ouderwetschen schrijftafel. Toen ik voorbij het tweede venster, een mooiverlichte plek doorging, zag ik dat mijn lichaam tweeërlei schaduwen wierp: een roodachtige naar de tafel, de schaduw der maan, wat gekleurd door de kaars, — een groenachtigen naar het venster, de schaduw der kaars, even door de maan verzilverd. Ik kende het verschijnsel, maar had het nog nooit zoo scherp waargenomen. Daarna nam ik den sleutel uit mijn zak, die zacht kletterend op

Sluiten