Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het tapijt viel, ik nam hem op, opende het vak en reikte naar het couvert. Op dit oogenblik echter werd ik door een siddering aangegrepen. Ik bekeek het zegel opmerkzaam, verbrak het echter niet, maar legde alles weer weg en ging naar mijn kamer terug. Toen ik de vlam uitgeblazen had en rillend onder de dekens was gekropen, viel mij in, dat ik de schrijftafel niet meer had gesloten. — Ach, dacht ik, 's nachts komt er niemand aan, dat heeft tot morgen tijd. Daarop sliep ik in, droomde verward, en werd met een schrik wakker. Een dreunen klonk mij in 't oor; onmiddelijk daarop flikkerde het hel door de kamer; een hard gekraak als van een kanonschot... de lucht in de gesloten kamer was om te stikken... een onweer raasde. Ik luisterde een tijdlang naar de wilde slagen en volgde het vlammen der bliksemstralen. Daardoor werd ik geheel wakker, en kwam mij alles weer in 't geheugen. Eerst dacht ik alles werkelijk doorleefd te hebben, maar ik dacht aan het stille natuurtafereel van de glanzende volle maan over de veranda. Was het onweer dan zóó plotseling ontstaan? Toen ik mij voor 't eerst te slapen had gelegd, was de lucht zwart bewolkt geweest. Zou ik alles gedroomd hebben? 't Was bijna niet mogelijk, zoo duidelijk stond alles nog vóór mij. Ik streek een lucifer af, de punt der nieuwe kaars was niet aangestoken geweest... ik was bij lamplicht naar bed gegaan. Dus alles gedroomd. De sleutel der schrijftafel had ik in den zak; het vak was goed afgesloten. De buitenste groene luiken waren voor de ramen van het salon gedaan, ik had ze moeten openen om de maan te zien, wanneer die dan al zichtbaar geweest was. Daarvan herinnerde ik mij niets. Ik stiet ze nu open en liet de gezuiverde lucht binnenstroomen. Buiten ruischte het water in de rozen der veranda. Het was een zwarte nacht.

Hoofdschuddend zocht ik mijn bed weer op, doch sliep nu vast en zonder droomen door tot aan den morgen.

Sluiten