Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overen zou. En dat zou wel komen, men moest slechts een weinig geduld hebben. Maar wanneer ik me dat zoo voorstelde bleek het dat ik mij geen beeld meer van zulk een séance vormen kon. Zou ik in Lilly niet altoos weer de vrouw zien, die de mijne geweest was, Je liefste, waarmede ik, in dolle liefdesroes had gejubeld door het Spreewoud .

Dat kwelde me, het benevelde mijn verwachting ten opzichte van Lilly; *t liefste had ik nooit meer een seance van haar gezien. En ook de boeken, de documenten, die ik las, waren niet geschikt om mij op te beuren.

In het begin, maanden geleden, toen de massa der spiritistische lectuur nog als een schier onbeklimbare chimborasso vóór mij stond, had ik me ongetwijfeld de beste, de overtuigendste dingen eruit gezocht: de eerlijke geschriften van Wallace en Crookes, de rustige dialectiek van Hartmann, de historische navorschingen van Du Prell, de voorzichtige artikelen van Sellin in de «Sphinx» en dergelijken. Zöllner had ik na een kort aanloopje laten liggen, die dikke boeken schrikten mij af, de graaf zelf naste op die «Wetenschappelijke Verhandelingen» het woord van Luther over de Openbaring van Johannes toe. «een groot woest boek.» Evenzoo had ik aanvankelijk Hellenbach verwaarloosd. Nu dreef een begin van gebre' aan stof me tot dezen apostel terug. Ik bracht een heelen, bijna slapeloozen nacht door over de laatste geschnften van Zöllner - 's morgens was mijn geest als geradbraakt, nog doover dan mijn oor van de verkoudheid was. Ik had er biina niets uit geleerd; de vorm der polemiek stu tte mij. Hellenbach leek me heel oppervlakkig, ikhad van oudsher een hekel aan deze Weener-feuilleton-philosoph e, mijn politieke, zoowel als mijn zedelijke opvattingen kwamen beslist in opstand tegen dit gebazel, dat ontogisch en dilettantisch bleef, hoe goed misschien dan ook Jedoeld.

Zeker: het spiritisme stond of viel niet met deze slechte apostelen. Wat ik zelf gezien had, leed niet onder he. gebrekkige waarnemen van anderen. Er gold hier evenmm als anders in dienst der waarheid een dogma van persoonlijke onfeilbaarheid. .

Maar het was mijn kwaad gesternte dat ik juist nu, in deze ziekelijke stemming het zwakste moest lezen wat de nieuwe leer gewrocht had. Alles scheen saamgezworen ?e hebben on, mijn humeur te bederven. Daar buiteniruischte de regen dagenlang in de rozenbladeren, zoodat het bijna koud werd, het heele Spreewoud scheen weggedoken in

Sluiten