Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lilly toch voor de wetenschap verloren is, en dat nooit meer een experiment met haar zal gelukken.

— Verzeker toch niets, zei ik onwillig — ]e bent toch geen meesteres over je geesten, ze zullen, ook zonder

ie wensch, uit je spreken.

— Zoo, zeg jij mij dat ? Nu, laat mij ]e dan zeggen, dat Lilly stellig meesteres over hare geesten is.

— Of je dat al gelooft, zegt niets. Wij weten het

beter- . -ii- * i

— Jullie weten — o, ja — jullie weten!

Zij had den rechterarm, die tot aan de ellebogen bloot uit de wijde mouw kwam, op tafel uitgestrekt, en streek langzaam, met neergeslagen blik, over de zilverwitte huid. Een pauze ; mijn blik bleef hangen aan haar ontblooten

arm. . „ ,

— Lilly, waartoe kwellen wij ons? Zijn deze

dingen niet vervelend ? Wat kan ons den dag van morgen schelen ?

Zij trok haar arm terug, en leunde het hoofd zoo tegen mijn schouder, dat ik haar gezicht niet meer zien kon.

Haar hand zocht de mijne.

— Toch, Wilhelm, toch kan 't Lilly schelen, wat de

dag van morgen brengt.

Toen wierp ze zich, zonder op te staan, snel om, haar armen omklemden opnieuw mijn borst, ik voelde in de omarming haar sterke physieke kracht.

— Wilhelm, — morgen zonder jou — dan is alles uit _ ja, alles — zeg, moet Lilly dan sterven, ja — neen, nietwaar, je neemt mij immers mee — toch — luister — zeg dan, ik druk je dood, je — ......

De maan scheen weer hel in haar gezicht, zij had de tanden opeengeklemd als een roofdier — zij benam mij de adem, ik drong haar terug. Dit verwenschte comediespel. Maar tegen mij opgewassen was zij toch niet. Ik drukte haar vingers stijf — een oogenblik bleven wij zoo, oog in oog. Toen ik haar physiek overwonnen had, ontwaakte ook de zinnelijkheid opnieuw in mij — ik probeerde, opstaande, haar achterover te werpen — 't was mij alles t zelfde, zij

was nu van mij.

Maar hare trekken veranderden, zij gleed bij de sota neer, en drukte haar voorhoofd tegen mijn knie.

— Wilhelm, ja, je bent sterk, veel sterker dan ik, ik wist het immers, vergeef, zei zij, bevend, terwijl ik haar vergeefsch poogde omhoog te trekken Neen, laat dat

Sluiten