Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'tWas mij, of de maneschijn ineens vaal werd dat was

geen comedie meer, dat werd meer. -wht mpnsrh

— De taak mij te wreken op een slecht mensch,

ging zij langzaam verder — de taak waardoor ik omeen

te vernietigen, ook de anderen m t net moest trekken.

Wij gaan nu toch weg, Wilhelm, dus waarvoor nog sluiers ?

'tls tijd, dat je zeker weet, wat je lang zult vermoed he en .

Lilly is geen toovenares, ze is niets dan je vrouw, e j liefheeft. — Zij wilde nog meer zeggen, maar ik stootte de

tafel weg, en sprong op haar toe. Zij kroop ineen, ma

. .1! t

aarjnon^y^ ^ ^ ^ gedaan hebben,

nOOlt ! _ ... wr.

Nu verdween het lachje toen. naai hief zich langzaam — eerst afwerend, daar ik mij bewoog

j_ \wn7pnd Toch. ik kon het.

— toen naar ue aLiumuuti «j- - , '

Lillv was erg knap — ik had daar zijne dagboeken — alles van Nelly. — Zij stamelde meer, dan zij sprak. Eenvieeselijke woede maakte zich van mij meester.

;tWtZrJ0iiacht"n. mijn°hÓofd - O, God, dus toch.dus toch, o die zonde lege,! den hei-H-gen geest.snel zag ik het visioen der scene aan het Teufelsmeer toen haar parapluie den blauwen kever vermorzeld had a vermorzeld - mijn vlakke hand suisde naar beneden, iawee_ driemaal sloeg zij hard op een ijskoude menschen-

huid .. vermorzelen, vermorzelen ,

Plotseling een bange stilte — had ik, in mijn woed , een moord begaan? Neen, aan mijn voeten lag een vrouw, de wangen rood, 't haar verward, maar de oogen tranenloos tot mij opgeheven, een mat lachje om de lipp •

_ Is het nu goed ? Heeft Lilly nu geboet, en is zij

"U Tk maakte mijn knie zoo geweldig uit haar omklemming los dat een plooi der morgen-japon krakend scheur• . ging ik naar de deur. Ik hoorde, hoe zij achter mij opstond. g g_ Nu wat is er, Wilhelm, je gaat toch niet weg?

«aarjtem klonkJpeen^W. oo( ^ de d

Ik sa naar den graaf. Opeens een schrille schreeuw, afschuwelijk, huiveringwekkend, vreeselijkerdanhet angs_ge-

schrei der geslagene van siraks — de deur sloeg hoorde niets meer, ik was alleen.

Sluiten