Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote vellen naar boven. Ten slotte had ieder van ons een pakket vóór zich, waarin hij bladerde. Af en toe, met korte tusschenpoozen klonk het: hier! ziedaar eens da ook — kijk eens — dat, weet je nog? Dan keken we even naar eikaars papieren; dat was voldoende.

— Duivels, daar is Humboldt.

Het was een uit een boek gescheurde bladzijde met een facsimile van een brief. Daarna zes, acht vellen papier met pogingen om het krabbelschrift bedriegelijk na te bootsen. Het vak scheen onuitputtelijk.

— Bah! zei de graaf en wierp toornig een pakket terug,

ik weet genoeg. . ... ,

In dit oogenblik nam ik juist een nieuw blad met

potloodschrift van een vreemde vrouwenhand.

— Van wie is dat?

— Van Ernestine ... maar, wat drommel... weet je

wat dat is?

1^ u ^

— Een afschrift — hier — kijk, 't is uit mijn notitieboek. Hij haalde hei boek voor den dag en bladerde er haastig in.

— Zie je — die vragen — van toen.

— Om Godswil, hadt je die van te voren...

— Wel, natuurlijk, ik maakte altoos, wanneer ik proefnemingen wilde doen, eerst een programma ...

— Laten we verder zien.

Als een bliksemstraal ging het door mijn hersenen...o... De tafel, die we naar ons toetrokken, lag vol; ik moest een pak boeken wegnemen om een stoel leeg te maken.

Het licht van de kaars gleed over de rugtitels. Ik keeK er naar, keerde het heele pak om, en wees den graaf zwijgend naar de opschriften. Een logarithmentafel, Littrow s populaire astronomie. Een deel van Humboldt s «kosmos», dat den kapitein toebehoorde. Uit het astronomische boek gleed een krant. De graaf vouwde die open; het was een nummer van het Berliner Tageblatt met een feulleton over het vinden van diamanten in meteoorsteenen. Geen onzer sprak. Onderop lag een Engelsch werk: «Bekentenissen van een mediums met illustraties, die het losmaken van knoopen toelichtten, en een oude, stukgelezen aflevering van Westermans maand schriften, waarin een artikel voorkwam over de Hahnscne

Meteoritentheorie.

— Voor den duivel, het is genoeg, meer dan genoeg!...

hijgde de graaf.

— Neen, nog de dagboeken.

Sluiten