Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

consequent. Dit alles had mij niet hoeven op te winden, doch een merkwaardig schouwspel boden Walter en de' kapitein. Nadat deze laatste eenige dagen als een spook rond had gedwaald, had ik reeds vóór de opening, aan enkele uitdrukkingen gemerkt, dat hij met zich zelf een kompromis begon. Lilly was een bedriegster, maar dat bewees nog steeds niets tegen het spiritisme, 't Was een alleenstaand geval. Ik trok de schouders op. Bij de opening van het testament sprak hij ditzelfde nog versterkt uit, en — nam aan. En, wat mij nog méér verbaasde: Walter deed hetzelfde, zonder verklaring. Hij scheen mijne meening daarover in mijn blik te lezen, kwam later naar mij toe, en wij wandelden een uur lang door het park. Wat hij zei, begreep ik, hoewel ik het niet kon billijken.

— Zie je, zei hij, — mijne wereldbeschouwing is altijd een ideale, spiritualistische geweest; daarin komt geen verandering nu de dingen hier valsch waren. En door deze ideëele wereldbeschouwing in praktijk te brengen, handel ik toch volgens de bedoeling van den graaf. Ik zou in 't spiritisme zelf toch niet veel gedaan hebben, ik ben geen man der wetenschap — ik ben een dichter. — Ik was te moe, om er verder op in te gaan. En of het geld naar de rijke bloedverwanten ging of ten bate kwam dezer twee geestesproletariërs, was tamelijk onverschillig — de graaf zou 't hen zeker toch wel vermaakt hebben.

Zoo scheide ik dan van beide, als goede vrienden. De kapitein scheen nog naïf te gelooven; zelfs het vreeselijkste had hem niet duurzaam kunnen afschrikken. Hij ging nu naar München, daar zou hij wel weer aansluiting vinden. Zijne brochure zou, met een paar verbeteringen, toch uitkomen. Ik voelde tegelijk afschuw en medelijden. — Afschuw van een dergelijke consekwentie, medelijden met de wetenschap, die op zulke mannen steunde. Toch, toen ik, na het afscheid, weer op mijn kamer kwam, vulden, ondanks mijn innerlijke kilte, tranen m'in oogen. Ik had naar het hoogste willen streven met deze menschen, die als dorre blaren afvielen, toen de stam was gebarsten .. ik had de wetenschap willen hervormen met hen, die daar

voorttrokken, hun legaat in den zak

Nu had ik ook gevoegelijk weg kunnen gaan, maar een onverwachte taak, waaraan ik mij niet kon onttrekken, hield mij nog wekenlang in 't slot terug. Tusschen den nieuwen slotheer en mij was in den loop onzer uitsluitend zakelijke relaties, een zekere verstandhouding ontstaan.

Sluiten