Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor dezen man kon het groote, bevrijdende van het socialisme slechts een doorgangsstation zijn. Wel herinnerde ik mij dan weer enkele roerende trekken, ik dacht aan het algemeen menschelijke van dezen drang naar het uiterste. Was hij niet juist daardoor een gansch buitengewoon mensch geweest, dat hij ieder standpunt zoo gauw overwonnen had ?

Maar wat was gebleven? Het volkomen niets. Hij was in 't leven niet gelukkig geweest, zijn dood liet geen sporen na. En had hij geluk gebracht ? Misschien de arme vrouw in Amerika, die hij had liefgehad. En misschien had hij ook dat nog verguld met de glorie zijner herinneringen. Misschien waren in 't leven de dingen heel anders geweest. Frey was dood, ik zelf aan den rand der wanhoop. Bij Walter en den kapitein was de geldvraag alles geworden. Neen, alles wat hij gedaan had, was een vloek geweest, een onafwendbaar noodlot, dat vervuld moest worden tot in het fluiten van den kogel, die zijn schoon denkersvoorhoofd had doorboord.

Deze nacht was zwaar, maar toch als een crisis van gezondheid.

'tWas een Zondagmorgen. Ik had in het plaatsje wat te doen gehad. Toen de roode daken weer achter mij lagen en ik door 't groene weidedal naar 't slot terugkeerde, klonken mij van den stompen kerktoren de klokken na. Zij luidden zacht en plechtig over het stille landschap.

Toen dacht ik aan het nachtelijke uur in Berlijn, en hoorde in dezen klank het choraal van het klokkenspel der parochiekerk. Ik keek op, de hemel was van een warm blauw. En opeens dacht ik, waarom, na zooveel treurigheid, een arm menschenkind zijn geluk niet zou vinden. Ik was doodmoe, mijn hart was grauw als een vroeg verbleekte haarlok. Maar ik had oneindig medelijden met Thérèse. Mijn schuld brandde op mij, een diepe, zware, echte levensschuld, waarvoor geen vergiffenis was. Ik dacht aan haar brief, aan de levendige vreugde, na het levensteeken van mij.

Den ganschen weg overdacht ik nog eens den inhoud van den brief. Thuisgekomen zocht ik hem op en las hem tweemaal nauwkeurig door. Daarop werden allerlei gedachten in mij wakker: het gansche jaar in Thérèse's nabijheid, de

Sluiten