Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over dit onderwerp heb verzameld, tot een organisch geheel omgewerkt. Onze opvatting is deze: zoowel de zooeven genoemde als andere handelingen der dieren, die ons merkwaardig of redeloos voorkomen, zijn dit van hun standpunt beschouwd volstrekt niet. Op die feiten kan men de bewering niet gronden, dat de dieren niet met rede begaafd zijn.

Het is mij volstrekt niet aangenaam geweest, bijna op ieder punt de heerschende meeningen te moeten bestrijden. Maar ook hier geldt de oude spreuk : amicus Plato, sed magis amica veritas. l) Eerst de waarheid, daarna Plato. Ik ben er van overtuigd, dat de overstelpende massa der vermelde feiten vóór mij getuigt. Zoo was het ook met mijne hypothese omtrent den gorilla. Ook hier konden zelfs de tegenstanders niet loochenen, dat noch Darwin, noch een ander natuuronderzoeker er op had gelet, dat de apen in tegenstelling met den mensch dierenobgen, dus ronde oogen hebben. Daarom is de gorilla inderdaad niet alleen een reusachtig wezen, dat op zich zelf leeft, schrikkelijk brult en voorliefde heeft voor alcohol, maar hij is ook feitelijk c y c 1 o p s (rondoogig). De eenvoudige zeevaarders van voor 3000 jaren zijn dus gebleken betere waarnemers te zijn dan de grootste zoölogen van onzen tijd.

Het grondbeginsel, dat ik in dit werk op den voorgrond stel, is noch door Darwin, noch door een ander natuuronderzoeker vermoed, en is trouwens niet in overeenstemming met de leer van Darwin, voor zoover het betreft het beginsel der natuurkeus — niet dat der afstamming. Dat beginsel luidt: Hoe beter de oogen van een dier zijn, des te slechter is zijn reukorgaan. Ook het omgekeerde is het geval. Wij houden een

1) Plato heb ik lief, doch de waarheid nog meer.

Sluiten