Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijnlijk zijn. Daarentegen is edelmoedigheid tegenover andere diersoorten steeds zeer verdacht—en is het wel zoo voorzichtig, die alleen te onderstellen, als er geene andere verklaring mogelijk is.

Het getuigt dus van gebrek aan nadenken, als b.v. de meening wordt verkondigd, dat de ratelslang met haar ratelen andere dieren waarschuwt. Darwin bestrijdt die meening terecht, hoewel ook zijne opvatting, dat dit geschiedt om de talrijke vogels en andere roofdieren te verjagen, die zooals bekend is, zelfs de vergiftigste soorten aangrijpen, niet zeer veel waarschijnlijkheid heeft. Immers juist dan zouden die vijanden komen aanvliegen, om ze te verslinden. Eene andere verklaring ligt veel dichter voor de hand. Merkwaardig is het namelijk, dat men er nog niet op heeft gewezen, dat de Arabieren omtrent het gebrul van den leeuw, voordat hij zijne nachtelijke rooftochten begint, eveneens de opvatting huldigen, dat dit geschiedt om te waarschuwen. Brehml) schrijft hieromtrent het volgende: „In de nabijheid der dorpen komt hij niet vóór het derde uur van den nacht. „Driemaal", zoo zeggen de Arabieren „kondigt hij door brullen aan, dat hij opbreekt, en waarschuwt hij daardoor alle dieren, dat zij voor hem uit den weg moeten gaan". Doch die gunstige meening berust helaas op zwakke gronden; want even dikwijls als ik het brullen van den leeuw vernam, heb ik waargenomen, dat hij zonder eenig geluid te maken nader bij was geslopen en het ééne of andere stuk vee had weggenomen. En toch zeggen de Arabieren geen onwaarheid; zij geven alleen van de waargenomen feiten eene onjuiste verklaring. Fritsch hoorde drie leeuwen in de onmiddellijke nabijheid van zijn wagen, waarvoor trekossen gespannen waren, nu eens brullen, dan weer knorren; ik zelf heb in Kordofan en in de oerwouden aan de blauwe rivier het gebrul van den leeuw spoedig na het aanbreken van den nacht honderden malen gehoord, doch heb

1) Deel I, blz. 360.

Sluiten