Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meester betaalt het voer en den huur voor den stal en het loon voor den oppasser, dus wil ik mij tegenover hem trouw en dienstwillig betoonen.

Wij kunnen hier trouwens de vraag stellen, of onze eigen kinderen doordrongen zijn van het besef, dat hun vader het geld verdient en de grondslag is van hun bestaan. Het antwoord moet bijna altijd ontkennend luiden. Men verhaalt het volgende geval van een kellner, wiens betrekking meebracht, dat hij over dag sliep en des nachts moest werken, zoodat hij zijne kinderen alleen zag, als zij reeds in bed lagen. Bij uitzondering had hij eens eenen vrijen zondag, zoodat hij met zijne familie het middagmaal kon gebruiken. De oudste jongen had zich met een zekere angst omgedraaid en geroepen : „Moeder, wat moet die vreemde man aan tafel!"

De groote aanhankelijkheid van den hond aan zijnen meester berust hoofdzakelijk hierop, dat deze hem zelf voedert. Als iemand een hond uitsluitend als trekhond zou gebruiken, en de voedering aan een ander zou overlaten, dan zou men bij den hond mettertijd dezelfde onverschilligheid waarnemen als bij het paard.

Een bewijs voor de juistheid der hier medegedeelde meening is het feit, dat bij de ruitervolken, zooals b.v. de Arabieren en de Hongaren, waar de paarden steeds door hun eigen meester gevoederd en verzorgd worden, en met dezen diens tent zelfs deelen, de paarden even aanhankelijk zijn jegens hun meester als de honden.

Men mag wel aannemen, dat geen enkel kind van de lagere school weet, dat rijk of gemeente voor een niet onaanzienlijk bedrag deelneemt in de kosten van het onderwijs, dus ook voor hem blijft het verborgen, wie de eigenlijke weldoener is. Het is dan ook in de hoogste mate onverstandig, als men van een dier eischt de kennis van een samenhang, die met de zintuigen niet is waar te nemen. Het zou anders iemand in den zin kunnen komen, alle honden in zijne woonplaats een groot legaat te vermaken en op grond daarvan te willen eischen, dat zij,

Sluiten