Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weder dichtgespijkerd had en hij zich weder wilde verwijderen, voelde hij plotseling, dat hij vastgehouden werd — hij had namelijk bij ongeluk een slip van zijn jas tusschen kist en deksel geklemd. Uit schrik over het feit, dat de doode hem zou hebben beetgepakt om zijne heiligschennis, was hij dood neergevallen.

Zoo is ook de hond, om het rammelende voorwerp te ontloopen, zóólang blijven loopen, totdat hij dood neerviel. Als tegenhanger herinneren wij aan het bekende feit, dat de Eskimo's een visch binden vóór aan den dissel hunner slede, waardoor zij de honden er toe nopen, hunne uiterste krachten in te spannen, om de lekkernij, die hun voor den neus hangt, te pakken, wat natuurlijk vergeefsche moeite is. Moet men hierin eene groote domheid zien ? Ik voor mij meen van niet. Zijn wij, menschen, niet even dwaas ? Is ons levensgeluk, dat wij gedurende ons verblijf op aarde voortdurend najagen, niet ook eene soort van visch aan den dissel, dien wij voortdurend trachten te achterhalen, maar dien wij nooit bereiken ? Kan men van een aantal politieke en sociale idealen niet hetzelfde beweren ? Komt de geheele ontwikkelingsleer in het wezen der zaak niet op hetzelfde neer? Wij moeten ons voortdurend plagen en afbeulen, opdat na millioenen jaren onze ontwikkelde kleinkinderen, als wij reeds lang vergaan zijn, het beter zullen hebben dan wij .... of zich nog verder hebben te ontwikkelen !

Een bijzonder geestig criticus schreef voor eenige jaren l) het volgende over de ziel der dieren:

„Wij zijn gewoonlijk geneigd, aan de dieren zeer belangrijke zielsvermogens toe te kennen. Wat daarbij voor den dag komt, als de heeren jagers en houtvesters eenmaal beginnen met hun jagerslatijn, daarvan getuigen geheele deelen der F 1 i e g e n d e B 1 a 11 e r. De slimme taks, die voor zijn meester denkt en

1) Berliner Tageblatt 1903 NO. 335.

Sluiten