Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de beenen en hooger begon te vervelen, gaf ik het dier op raad van den oppasser een zachte oorvijg. Dadelijk liet M'Pungu mij los. Hij vloog op het bed, ging naast den oppasser zitten en keek mij tamelijk verbluft een tijdlang aan.

Dat had hij zeker niet verwacht. Toen ik echter begon te lachen en hem vriendelijk toesprak, grinnikte hij weder en begon onmiddellijk zijn spel weder opnieuw. Hij kreeg echter weer een oorvijg, toen hij in zijn uitgelatenheid weder wat te sterk beet. Nu liet hij mij voor goed los, ging aan het raam staan, stootte eenige malen met de hand tegen het glas, en toen hij beneden menschen zag, klapte hij vroolijk in de handen.

Ik hield nu het oogenblik gunstig, hem alleen te kunnen waarnemen, en daar de directeur mij daartoe verlof had gegeven, liet ik den oppasser naar buiten gaan.

M'Pungu, wien het niet dikwijls overkomt, dat een vreemde alleen met hem blijft, zonder oppasser, volgde dezen met de blikken tot aan de deur. Toen deze achter den oppasser was dichtgevallen, bleef hij verbluft zitten en luisterde hij met open mond en den tong naar buiten naar de verwijderde voetstappen.

Ik ging naast hem zitten op het bed, nam hem op den schoot en maakte toen gebruik van mijne volledige kennis der verschillende mij bekende apentalen en dialecten en van het daarbij passende gebarenspel, om met hem in gesprek te komen om de uitdrukking van zijn gelaat te kunnen bestudeeren. Doch te vergeefs. Een makako of een baviaan zouden mij onmiddellijk hebben begrepen en mij op dezelfde wijze hebben beantwoord. M'Pungu verstond mij niet. Hij zag mij verwonderd aan, en scheen in mijne poging niets te zien dan een zinneloos gemompel en het trekken van vreemde gezichten; hij liet dan ook geen enkel geluid hooren. Eindelijk gaf hij mij grijnzend een oorvijg en beet hij mij onmiddellijk daarop in den neus.

Een oorvijg en een beet in den neus — dat was het antwoord van den gorilla 1"

Sluiten