Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder vader leven. In de warme landen vindt men in het algemeen meer roofdieren, in de poolstreken minder plantenetende dieren, dus zijn er daar meer oorzaken voor gevaar voor de laatste dan in de gematigde luchtstreken. Hieruit is het dus wel te verklaren, dat de struisvogel in tegenstelling tot de hoenders, een goed vader is, en evenzoo het rendier in tegenstelling tot andere soorten van herten. Hoe rijker de hoeveelheid voedsel is, des te minder behoefte is er aan den steun van een vader. Wolvinnen, wijfjes-vossen, wilde katten enz. vinden in de lente jonge hazen, jonge hoenders, en zeker altijd muizen, zoodat de kleinen geen gebrek behoeven te lijden. Leeuwinnen en wijfjes-tijgers kunnen met zoo klein gedierte hare jongen niet voeden, daarom moet dan ook de vader te hulp komen.

Gewoonlijk zegt men, dat vele slechte vaders, b.v. de groote, levendig gekleurde korhoen, door hunne levendige kleuren slechts het nest zouden verraden. Dit schijnt mij geen afdoende reden toe. Ten eerste namelijk zijn er een aantal mannetjes, die levendiger gekleurd zijn dan de wijfjes, en die toch goede vaders zijn, zooals de bloedvink, het roodborstje, de roodstaart enz. Bovendien vermijden vele mannetjes dit gevaar op zeer practische wijze. Zoo zegt b.v. Brehm van den blauwen gaai: „Het mannetje zorgt er voor, dat hij het nest niet verlaat terwijl het wijfje broedt, hij is stil en geeft zoo min mogelijk geluid en brengt zijne bezoeken zoo heimelijk mogelijk". Ten slotte is het echter duidelijk, dat als er werkelijk gevaar dreigt, de bescherming van het groote, sterke mannetje ruimschoots opweegt tegen het nadeel, dat door eene ontdekking zou kunnen ontstaan.

Uit het egoïsme der kudde kan verder ook verklaard worden, waarom zieke individuen worden uitgestooten, zooals dit bij de wilde runderen het geval is. Evenzoo wordt, zooals wij reeds vroeger vermeldden, hieruit verklaard, waarom gewonde en

Sluiten