Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Waarvan leeft het dier? — Wat dus is zijne wijze van voeden, is het een roofdier of een plantenetend dier enz. ?

3. Hoe leeft het dier ? — leeft het alleen, of in troepen ?

4. Wie leeft van het dier? — dus wie in de dierenwereld (behalve den mensch, het grootste aller roofdieren) tracht zich daarmede te voeden ?

Het is nu eigenaardig, dat niettegenstaande de uitnemende onderzoekingen der zoölogen die vragen — met uitzondering van de eerste — niet zoo gemakkelijk kunnen worden beantwoord. Hoeveel moeite heb ik mij bij voorbeeld gegeven om na te gaan, of een volwassen mannelijke gorilla sterker is dan een leeuw. In de woonplaats van den gorilla worden in het algemeen geen leeuwen gevonden, en du Chaillu beweert zelfs, dat deze daaruit door de gorilla's verdreven zijn, iets wat mij zeer onwaarschijnlijk voorkomt. Men zou oppervlakkig meenen, dat men de nauwkeurigste kennis heeft over de vragen, waar de dieren sterven of hoe oud zij worden l), maar ik kan de verzekering geven, dat ik slechts met de grootste moeite eenig materiaal heb kunnen verzamelen.

Dat de verdeeling der dieren in gewervelde dieren enz. voor de systematiek uitnemend en onovertroffen is, zal niemand met een behoorlijk inzicht in de dierkunde willen loochenen. Doch wij mogen ons toch niet verhelen, dat de gewone man, die te rade gaat met zijn natuurlijk verstand, eene geheel andere verdeeling maakt, en wel naar de levenswijze. Hij onderscheidt dan de zoogdieren in dieren, die op den grond, op boomen of in het water leven. Volgens hem zijn de otters en de bevers met elkander overeenkomende dieren, Haar hun hoofdelement het water is; de zoöloog van beroep loochent echter iedere verwantschap tusschen beide dieren, daar hij den otter onder

1) Men zie de verhandelingen van den schrijver in der Zeitgeist 1902 No. 2 en in die Hamburger Nachrichten 1902 No. 8.

Dr. Th. Zell, Hebben de dieren verstand ? 4

Sluiten