Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere keus laat. Het overvallen van een dier is hem veel liever. Ook bij de vervolging worden allerlei kunstgrepen aangewend. Van de plantenetende dieren, die in kudden leven, zooals onder anderen de rendieren, tracht men één enkel dier van de overige te isoleeren, hetwelk dan gemakkelijker kan worden overrompeld. Zoo ook verdeelen zij zich bij de vervolging — ten minste alle berichten hieromtrent ten opzichte van wilde honden zijn gelijkluidend — waarbij één deel het offer op de hielen volgt, terwijl een ander deel het den weg tracht af te snijden. Hier tegenover staan die roofdieren, die bijna alleen door overrompeling een slachtoffer trachten te grijpen. Het zijn bijna zonder uitzondering dieren die gewoon zijn te klimmen, zooals luipaarden, lossen, katten enz. Zij zijn niet in staat, door loopen het vluchtende wild in te halen, alleen door enkele geweldige sprongen trachten zij dikwijls het te bereiken. Ook de leeuw en de tijger behooren tot die klasse, hoewel men bij den eersten in het geheel niet, bij den tweeden alleen in zeer beperkten zin van klimmen kan spreken. Daar tegenover staat wel, dat zij veel beter kunnen loopen, maar eene wegrennende antilope of eene zebra door een langdurigen wedloop in te halen, is hier alleen mogelijk, als het vervolgde dier ziek of aangeschoten is. De hond nu behoort tot de eerste klasse, de kat tot de tweede klasse, de eerste is een loopend, de tweede een sluipend roofdier. Hieruit volgen uit den aard der zaak een aantal punten van verschil.

Voorwerpen, die in beweging zijn, maken op den hond den grootsten indruk. De reden is duidelijk: hij is zich van zijne snelheid bewust, en weet, dat een voorwerp hem alleen kan ontkomen, als het zich snel voortbeweegt. De kat daarentegen weet, dat zij een wegvliedend voorwerp niet kan inhalen. Wilde honden jagen bijna zonder eenige uitzondering gezamenlijk ; door hun blaffen moedigen zij elkander aan, en bij de wilde jacht kunnen zij geen makker verliezen, als zij voortdurend

Sluiten