Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hunne ruwe signalen geven. Is een hond soms bij ongeluk achtergebleven, dan vindt hij daardoor zijn troep snel en gemakkelijk terug. Die van vroeger overgebleven gewoonte is waarschijnlijk de oorzaak, dat de hond nog thans bij het hooren van muziek dikwijls jankt. Men kan de onaangename gewaarwordingen, die hij daarbij ondervindt, verklaren uit het feit, dat vooral hooge tonen op zijn fijn ontwikkeld gehoor een ontzettend onaangenamen indruk maken. De verschillende soorten van katten jagen ieder op zich zelf, vandaar dat blaffen bij hen geen doel zou hebben. Alleen de leeuwen brullen, omdat zij, zooals wij reeds vroeger opmerkten, daardoor hun offer verschrikken en dikwijls buiten staat stellen om te vluchten. De dieren, die gewoon zijn lang te loopen, kunnen optreden als een kurassier, zonder dat het hun bij hunne vervolging nadeel doet j een sluipend roofdier moet zich daarentegen onhoorbaar kunnen bewegen, en dat is iets, wat de kat met volmaakte meesterschap kan volbrengen. Het loopende roofdier is voortdurend in beweging, daar het zijn offer tracht op te sporen. Heeft dat offer zijn vijand te vroeg ontdekt, dan hindert dat niet erg, en krijgt men eene lustige jacht te aanschouwen. De kat daarentegen weet, dat het voor haar van het grootste gewicht is, haar slachtoffer te zien, voordat zij zelf door dat slachtoffer is waargenomen. Daarom is voor haar rust een gebiedende plicht.

De overige punten van verschil komen voort uit het verschil in bouw van de zintuigen. Het voornaamste zintuig van den hond is de neus, bij de kat zijn het de oogen l). Bij den hond is voortdurend de neus aan het werk, bij de kat de oogen. Men moet daarenboven niet uit het oog verliezen, dat de kat oorspronkelijk een roofdier was, dat des nachts op roof uitging, en dat hare oogen alleen in het duister voortreffelijk zien. Het beruiken van alle hoeken en lantaarnpalen, wat ons dikwijls

X) Wij zullen hierover uitvoerig handelen in hoofdstuk II.

Sluiten