is toegevoegd aan uw favorieten.

Hebben de dieren verstand?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

snelle en onverwachte beweging hun gewoonlijk een vreeselijken schrik aanjaagt. Dit geldt onder andere in sterke mate voor het paard, en daarom doet men verstandig, niet onverwachts een donkeren stal binnen te loopen, maar eerst het paard toe te spreken. Volkomen ten onrechte noemt men die eigenschap zenuwachtigheid ! De zenuwachtigheid van den cultuurmensch staat daarmede niet in het minste verband. Vluchtende planteneters, zooals b.v. de brulapen, die voortdurend in angst voor vijanden leven, hebben desniettegenstaande schik in oorverdoovende muziek, wel een bewijs, dat zij niet lijden aan zenuwachtigheid in den zin, dien wij daaraan hechten.

Ik meen hier nog te kunnen wijzen op eene volkomen hiermede overeenkomende eigenschap van onze kamervogels.

Het is een bekend feit, dat men een gevangen vogel nooit door een snelle beweging schrik moet aanjagen, wanneer men hem goed van vertrouwen wil maken. Waarom is het diertje zoo vreeselijk angstig, hoewel het toch kan zien, dat de hand niet bijt ? Het is ook hier de overoude vrees, dat kleine sluipende roofdieren, zooals marter, wilde kat, wezel en andere, het zullen overrompelen.

Bovendien is het bij de dieren van bijzonder gewicht, welke ledematen eene hoofdrol bij hen vervullen, en welke zij eerst in de tweede plaats gebruiken, zoodat zij alleen als reserve dienst doen. Ook hier zal het wel het eenvoudigst zijn, het verschil door voorbeelden duidelijk te maken.

Bij de honden speelt het gebit de hoofdrol, en komen de pooten eerst in de tweede plaats in aanmerking; bij de katten is juist het omgekeerde het geval: de klauwen zijn bij die dieren van veel grooter beteekenis dan het gebit. Men kan dan ook bij den leeuw dikwijls het merkwaardige verschijnsel waarnemen, dat hij rustig blijft staan op de plek, waar hij een mensch tegen den grond heeft geslagen. Het overwinnen der tegenpartij, wat hij door middel van het voornaamste der