Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der kooi. Vervolgens stelt hij zich voor, hoe onaangenaam het gevoel is te weten dat hij is opgesloten, en wordt de wensch bij hem levendig, om uit de kooi los te komen. Daarbij wordt in de derde plaats de herinnering gewekt aan de handeling die daartoe vereischt wordt b.v. aan het trekken aan een ring, en zoo ontstond in de vierde plaats het besluit, om eens aan den ring te trekken. Dat besluit wordt daarna in een daad omgezet, waarna de kat de kooi ten slotte verlaat en weder de indrukken ontvangt, die met de vrijheid gepaard zijn.

De bijzonder uitgebreide en nauwkeurige proeven der bovengenoemde onderzoekers, die duizenden malen met steeds nieuw aangevoerd materiaal herhaald zijn, hebben aangetoond, dat die onderstelling niet juist is. Dit zou wel de redeneering zijn van een mensch, maar nooit die van een hond of kat.

De ideeënassociaties, dat wil zeggen de verbindingen van gedachten en voorstellingen, die een dier er toe leiden, zijne kooi te openen, zijn van aanmerkelijk veel eenvoudiger aard, en ontleenen haren oorsprong meer aan het gevoel dan aan het verstand. In de allereerste plaats moet het de kat, die zich uit de kooi wil bevrijden, vóór dien tijd buiten de kooi wel eens goed gegaan zijn. Zij moet dadelijk, nadat zij uit de kooi was los gekomen, smakelijk voedsel hebben gehad. Dan moet het beschouwen van het inwendige van de kooi bij haar eerst de herinnering doen herleven aan het goede voedsel, en eerst in de derde plaats komt bij de verbinding der denkbeelden van kooi en voedsel de herinnering aan de handgrepen, die er noodig waren, om de afsluiting der kooi te openen. De herinnering aan die handgrepen volgt eerst slechts met horten en stooten en zeer onvolkomen, doch spoedig daarna betrekkelijk snel en regelmatig. Thorndike heeft over die feiten nauwkeurige krommen geconstrueerd, die een duidelijk beeld geven, hoe lang eene kat, na herhaaldelijk eene sluiting verbroken te hebben, telkens daarvoor noodig had. In een bepaald geval duurde

Sluiten