Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strik komen, dan bijten zij dien dadelijk door en zijn zij vrij. Het verschil in eigenschappen der dieren doet mij denken aan menschelijke hoedanigheden; de een is een goed wiskundige, doch heeft geen aanleg voor talen; bij den anderen is het juist omgekeerd."

Rothe houdt de lijster voor een dier met zeer beperkte geestvermogens, wat echter niet in overeenstemming is met bovenstaande beschouwingen. Hij kan dan ook zelf de gedachte niet van zich afzetten, dat dit oordeel wel wat voorbarig kan zijn, en daarom herinnert hij aan het verschil in aanleg voor wiskunde en voor talen. Waarschijnlijk is hij tot zijne opvatting gekomen door de overweging, dat de muis toch niet als verstandiger kan beschouwd worden dan de zanglijster. En dit is ook werkelijk niet het geval. De muis kan zich bevrijden, daar haar voornaamste orgaan, haar gebit, haar in dergelijke omstandigheden — te nauwe openingen en dergelijke — dikwijls heeft gered; de vogel gebruikt eveneens zijn voornaamste orgaan, de vleugels, die hem anders redden, doch die hem hier treurig in den steek laten. Men kan nu niet zeggen: waarom maakt hij dan geen gebruik van zijn snavel ?" Immers hij is niet gewoon daarvan voor zijne redding gebruik te maken.

Laat ons een hiermede overeenkomend geval bij den mensch aannemen. Wij onderscheiden ons hierdoor van de apen, dat onze beenen sterker zijn dan die der apen. Bij deze zijn de voornaamste spieren in de armen gelegen. Als dus een rijwiel zou moeten geconstrueerd worden, dat voor apen geschikt was, dan moest het zóó ingericht zijn, dat de aap zich met de beenen kon vasthouden, en met de armen kon trappen Als nu de orangoetan een professor op een zoodanig apenrijwiel zoude zetten, dan zou deze ongetwijfeld radeloos zijn, want in plaats van trappers zou hij handvatsels voor het trappen vinden. Men kan nu niet zeggen : waarom gebruikt de professor niet zijne teenen

Dr. Th. Zell, Hebben de dieren verstand ? 5

Sluiten