Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om het rad te draaien, want onze teenen zijn daartoe even weinig geoefend als de snavel van een lijster om een strik los te trekken.

Om echter ook hier geen verzonnen voorbeelden te gebruiken, maak ik melding van de volgende gebeurtenis, die trouwens dagelijks kan plaats grijpen. Twee jongelieden reden, vergezeld van een jachthond, in een wagen. Plotseling werd het paard schuw en sloeg het op hol. Zoodra de hond het gevaar bemerkte, sprong hij zoo snel mogelijk uit den wagen, hij bleef ongedeerd. Dat de mannen slechts weinig letsel bekwamen, toen de wagen tegen een lantaarnpaal stootte, was een gelukkig toeval. Als men dezelfde redeneering zou willen toepassen als bij de lijster en de muis, dan zou men tot dit resultaat moeten komen: Honden zijn verstandiger dan menschen; immers waarom hebben de jongelieden, die toch kunnen springen, niet evenzoo gehandeld als hun metgezel, te meer nog nu deze hen met het goede voorbeeld was voorgegaan ?

Wie dus niet weet, hoe en waarvoor de dieren elk van hunne ledematen en organen gebruiken, is niet bevoegd of in staat een oordeel te vellen over hun verstand.

Men zal dus tot een geheel ander resultaat komen over de „onwederlegbare" proeven der geleerden. Daar namelijk al onze gereedschappen en ook ons huisraad is ingericht op onze voornaamste en onze reserveledematen, in de eerste plaats op onze hand (en ook op ons zoo sterk ontwikkeld verstand), maar bovendien op ons voornaamste zintuig, het oog, zoo is het reeds onmiddellijk te verwonderen, dat onze huisdieren, die geheel andere ledematen hebben, die eene hoofdrol spelen en die als reserve dienst doen, en bij de meeste van welke de reuk het voornaamste zintuig is, zich weten aan te passen en te schikken in omstandigheden, die geheel in strijd zijn met hunne natuur.

Sluiten