Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De invloed van den eigendomszin der dieren.

Een reeks van merkwaardige handelingen kunnen verder verklaard worden uit den eigendomszin, die bij de dieren wordt waargenomen.

Het ligt voor de hand, dat de voorstellingen, die zich de cultuurmensch maakt over eigendom en bezit, niets met deze beschouwingen te maken hebben. Immers in iederen beschaafden staat bestaan er zóóveel betrekkingen tusschen een mensch en een bepaald voorwerp, dat de jurist niet met één enkel begrip eigendom kan volstaan; zelfs de begrippen eigendom en bezit zijn nog niet voldoende. Men stelle zich de volgende gevallen voor : iemand draagt öf een geërfd horloge, een oud familiestuk bij zich, öf een geleend öf een gestolen horloge. Het is duidelijk, dat de wet niettegenstaande uiterlijke overeenkomst hier toch juridische verschillen maakt. Doch al moge er ook tusschen het eigendomsbegrip bij menschen en dieren een groot verschil bestaan, toch kan men van een eigendomszin bij een dier spreken 1), en wel in dien zin, dat het begrijpt of veeleer voelt, dat de ééne of andere zaak het uitsluitend toebehoort. Onder die zaken komen in de eerste plaats in aanmerking: i°. Zijn verblijfplaats, dus zijn hol, zijn leger, zijn nest enz. 2°. de buit, 3°. bij zeer vele dieren een bepaald gebied, waarop zij uitsluitend voor zich aanspraak maken. Wij zouden hier nog bij kunnen noemen de werktuigen bij gevangen dieren. Volkomen juist zegt Darwin daarover: „In den dierentuin gebruikte een aap, die slechte tanden had, een steen om de noten open te maken, en de oppassers verzekciden mij, dat hij den steen telkensTna het gebruik in het stroo verborg en niet toeliet, dat een andere aap dien ook maar aanraakte. Hier hebben wij dus reeds het begrip van eigendom, doch iedere hond heeft

1) Men zie „DerJjEigentumssin der Tiere" in der Hannoversche Courier No. 579, 5 Januari 1902.

5 *

Sluiten