Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijzonder verbaasd, doch na de bovenstaande uiteenzetting is er geen enkele reden meer zich daarover te verwonderen.

Nog niet zoo heel lang geleden kon men in de dagbladen het bericht lezen, dat een hooggeplaatst persoon door een zweethond, die een hert door zijn blaffen had opgejaagd, was aangevallen. „Men kan dit feit" — zoo schrijft een ervaren jager, „aldus verklaren, dat de zweethond, die waarschijnlijk het eigendom was van den houtvester, die den zweethond vergezelde, den groothertog, die in den ijver van de jacht zich over het hert had heengebogen, naar de keel was gesprongen, getrouw aan het hem herhaaldelijk ingeprente bevel, niemand anders dan zijn meester bij het wild toe te laten. Mijzelf was bij de eerste jacht met een zweethond iets dergelijks overkomen, en daarom was mij de waarschuwing van mijn geleider, uit Hannover afkomstig, die gewoon was met zweethonden te jagen, nooit meer uit de gedachte gegaan, om nooit te dicht te komen bij een stuk wild, dat door een vreemden zweethond

was opgejaagd."

Deze verklaring draagt alle kenmerken van groote waarschijnlijkheid, en komt volkomen overeen met de opvattingen van den hond, die den buit beschouwt als zijn eigendom of dat van zijn meester, en die daarom meent, dat deze door niemand anders mag worden aangeraakt.

Het belangrijkst is echter wel het feit, dat alle dieren, die afzonderlijk of paarsgewijze leven, voor zich een bepaald gebied in beslag nemen en woedend een ieder aanvallen, die het waagt, dat gebied te betreden. Men schijnt over het algemeen de meening te koesteren, dat het ingewikkelde vraagstuk omtrent de verdeeling van den bodem alleen van beteekenis is bij den homo sapiens; doch dit is volstrekt niet het geval. Dat vraagstuk is bij de dieren evenals bij den mensch uitsluitend een quaestie van de maag. Wij kunnen aannemen, dat de koekoek, die ook tot de dieren' behoort, die een bepaald gebied voor

Sluiten