Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijfjes aansnellen ; het mannetje, dat bij den eersten aanval overwinnaar was gebleven, kon aan dien aanval geen weerstand bieden en bezweek. De troep, waartoe hij behoord had, sloeg op de vlucht, terwijl de andere troep, die de sterkste bleek te zijn geweest, enkele gevangenen scheen mede te voeren, l) Hieruit kan het zoo dikwijls waargenomen verschijnsel worden verklaard, dat op zich zelf levende dieren, die met eene kudde vereenigd worden, in den regel een moeilijken tijd hebben door te maken, zoo b.v. een paard of eene koe, die als nieuweling in eene kudde komen. Bij de kudde komt waarschijnlijk het oude instinct boven, dat zij en hun grondgebied bij elkander behooren, en dat iedere nieuwe vreemdeling er toe bijdraagt, de hoeveelheid voedsel te vermindéren.

Doch wij willen niet te veel nadruk leggen op dit vermoeden. In ieder geval mogen wij als bewezen aannemen, dat men het recht heeft te spreken van een eigendomszin bij de dieren. Met betrekking tot hol en nest, buit en voeder, en vooral met betrekking tot het gebied, dat zij zich toeeigenen, kan men uit de gedragingen der dieren zonder eenigen twijfel besluiten, dat zij het uitsluitend recht meenen te hebben op die zaken. Dat het zoo is, ligt trouwens ook voor de hand, want overal treedt de vraag naar het bestaan en naar de voortplanting der soort op den voorgrond. Niet alleen voor de menschen maar ook voor de dieren gelden de woorden des dichters :

Zoolang de wijsbegeerte nog De wereldorde niet regeert,

Is 't honger, die het rad doet gaan En liefde, die 't geslacht vermeert.

Zoo geeft de eigendomszin, die zonder eenigen twijfel bij vele dieren gevonden wordt, eene betrekkelijk eenvoudige verklaring voor een aantal handelingen, die op het eerste gezicht in hooge mate merkwaardig schijnen.

1) Deel I, blz. 110, 3de druk.

Sluiten