Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

De inrichting der zintuigen bij de dieren, afwijkend van die by de menschen.

Algemeene denkbeelden over de scherpte der zintuigen

bij de dieren.

Een groot aantal handelingen van dieren, die ons merkwaardig of onverstandig toeschijnen, kunnen hierdoor verklaard worden, dat de inrichting der zintuigen van een groot aantal levende wezens niet overeenkomt met die der menschen.

Het zij mij vergund, eenige woorden aan de toelichting van mijne meening te wijden, opdat de lezer doordrongen worde van de groote belangrijkheid van dit beginsel.

Is het mogelijk, zich een oordeel te vormen over het verstand van een levend wezen, als ik de inrichting zijner zintuigen niet ken ? Is een bijziende knaap dom, omdat hij op de torenklok niet kan zien hoe laat het is? Zeker niet. Hierover zal iedereen ongetwijfeld eenstemmig denken.

Hebben wij nu een ernstig onderzoek ingesteld naar de inrichting der zintuigen bij dieren ? Daaraan is geen oogenblik gedacht. Zelfs een onderzoeker als Darwin is zóó gekluisterd in het vooroordeel, dat de dieren volkomen op dezelfde wijze zijn georganiseerd als de menschen, dat hij tot de meest

onjuiste resultaten komt.

Ik acht het ook hier het wenschelijkst, uit te gaan van een voorbeeld, dat ieder onzer lezers kan controleeren.

Sluiten