Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herkende, hoewel mijne zuster hem uitdrukkelijk op mij opmerkzaam maakte. Oorspronkelijk meende ik, dat het dier bij uitzondering slechte oogen had, hoewel daartoe met het oog op zijne jeugd en zijne goede gezondheid geen aanleiding was. Daarna begon ik bij alle honden, die ik te zien kreeg, hun gezichtsvermogen te onderzoeken, en in de eerste plaats informaties in te winnen bij hunne meesters naar de ervaringen, die zij daaromtrent hadden opgedaan. De meeste eigenaars van honden hadden zich natuurlijk nooit de moeite gegeven, vrij van vooroordeelen hunne honden waar te nemen. Toch waren er een niet gering aantal meesters, die de verklaring aflegden, dat hun hond slecht zag.

Het bezwaar der meeste bijzienden, die, zooals ik, eerst de volle gezichtsscherpte hebben met een bril No. 16, bestaat daarin, dat zij op groote afstanden wel kunnen zien, maar niet duidelijk kunnen onderscheiden. Daarom is het ook niet zoo duidelijk te zien, of kinderen bijziend zijn of niet. De bijziende ziet wel, dat op eenigen afstand een man of eene vrouw loopt, hij kan ook hunne kleederen zien, maar hij herkent niet nauwkeurig het gezicht of andere bijzonderheden. Zoo ook ziet hij dat er op den post van de deur letters of cijfers zijn aangebracht, maar door zijn minder scherp zien kan hij ze niet herkennen. Of hij ziet, dat er op een kerktoren een klok is aangebracht, maar hij kan er niet op zien, hoe laat het is.

Het optreden van slechtziende dieren komt nu in het algemeen zeer sterk overeen met dat van een matig bijziend persoon, van een zoodanig iemand zal trouwens hier alleen sprake zijn. Wij zullen een aantal voorbeelden leeren kennen, die dit bevestigen. Alleen bestaat tusschen beide categorieën een principieel verschil. De bijziende kan beter herkennen, naarmate hij dichter nadert. Dus zou het bij hem onmogelijk zijn, dat hij iemand, die onbewegelijk in zijne onmiddellijke nabijheid stond, niet herkende. Het dier met een zwak gezicht ziet echter in de

Sluiten