Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen een juister begrip op den voorgrond te stellen. Als voorbeeld ter vergelijking zoude men er op kunnen wijzen, dat men bij de volkstelling in de eerste plaats steeds een onderscheid maakt tusschen mannen en vrouwen. Doch men zou ook eene volkstelling kunnen maken, gebaseerd op andere gezichtspunten, b.v. op het beroep (beroepstelling), en ongetwijfeld verkrijgt men daardoor een beter inzicht in den aard der bevolking.

Het wezen van het speuren.

Er zijn bepaalde zaken in het dagelijksche leven, die iedereen duizendmaal heeft gezien en duizend maal kan zien, doch waarvan men het wezen nog altijd niet kent, en waaromtrent dan ook nog de grootste onzekerheid heerscht. Zoo zien wij, dat de hond zich voortdurend met den neus orienteert, hetzij dat hij dien hoog in de lucht houdt en snuffelt, hetzij dat hij dien naar den grond buigt en een spoor volgt, en dus speurt. Wel gebruiken ook wij onzen neus, b.v. om na te gaan, of de lucht in de kamer zuiver is, of om te ruiken of het eten aangebrand is, of wel of een flesch water of carbol bevat, maar eene zoo groote rol als bij de honden speelt de neus bij ons in de verste verte niet. Hoe kan zich nu onze trouwe vriend met zijn reukorgaan zoo uitstekend orienteeren ? Waarin bestaat dan eigenlijk het wezen van het snuffelen en het speuren ?

Brehm schrijft over de beteekenis van den reukzin bij de honden het volgende: l)

„De zintuigen van den hond zijn scherp, maar zij zijn bij de verschillende hondenrassen niet gelijkmatig ontwikkeld. Reuk, gehoor en gezicht schijnen bovenaan te staan, en wel onderscheiden zich enkele door een fijner gehoor, andere door een beteren reuk van de overige. Ook is het niet te loochenen, dat het zintuig van den smaak bij de honden ontwikkeld is,

1) Brehm, deel I, blz. 581.

Sluiten