Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gissingen mogelijk zijn bij honden, die niet kunnen ruiken, als zij goed zouden kunnen zien. Iemand, wiens reukorganen tijdelijk werkeloos zijn — zooals iemand, die een zware neusverkoudheid heeft — vindt toch zonder twijfel het geschikte voedsel en zijne woning enz. even goed als wanneer hij uitstekend rook.

De reuk is dus bij de honden het voornaamste zintuig, dat is nu duidelijk genoeg. Doch waarin bestaat het karakteristieke verschil tusschen zien en ruiken ? En wat zijn eigenlijk reukstoffen ? Brehm laat zich over dit punt niet nader uit, daarentegen heeft de uitnemende dierkundige G. Jager 1) daarover het volgende geschreven:

„Beschouwen wij nu de reukstoffen op zichzelf en leggen wij ons de vraag voor, of datgene, wat wij van haren aard weten, ze geschikt maakt voor de rol, die haar hier is toebedeeld. Ik meen hier het volgende te mogen opmerken :

Het karakteristieke is haar groote vluchtigheid, wat wij alleen zóó kunnen verklaren, dat hare atoombewegingen uiterst snel zijn en zij dus over een groote beweegkracht beschikken. Dat maakt ze zonder twijfel geschikt, het „drijvende" element in het lichaam te vormen. Ook van de physiologische werking weten wij, dat alle zelfs in de geringste hoeveelheid bijzonder opwekkend, prikkelend werken.

Het belangrijkst schijnt mij toe het merkwaardig specifieke van hunne werking op den reukzin. Doch hier komt onmiddellijk het ontzettend gebrekkige van onze kennis op den voorgrond. Wat het geluid en het licht is, waardoor zich de ééne toon van den anderen, de ééne kleur van de andere onderscheidt, dat weten wij: het zijn regelmatige trillingen met een verschillend trillingsgetal. Wij kunnen ook tamelijk goed verklaren, hoe het komt, dat wij met onze zintuigen tonen en kleuren onderscheiden, maar wat is een geur, hoe komt het, dat wij verschillende geuren kunnen onderscheiden ?

1) In zijn bekend werk: „Die F.ntdeckung der Seele, 3e druk I, bh. 49.

Dr. Th. Zei.l, Hebben de dieren verstand? 7

Sluiten