Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat tot de normale dieren moet gerekend worden, dus dat noch te jong, noch te oud, noch ziek, noch verminkt is enz.

In de tweede plaats is het noodzakelijk, dat het dier zich onder normale omstandigheden bevindt, dat het dus noch door liefde, noch door woede, evenmin door ondragelijken honger of dorst, slaap of slaapdronkenheid enz. tot daden gebracht wordt, die het anders niet zou verrichten.

Tot de abnormale toestanden kan ook gerekend worden te krachtige voeding, waardoor het dier lui en vadsig wordt en dus de zintuigen niet zoo werkzaam zijn als anders. Daartoe kunnen wij ook brengen het feit, dat het dier eene spijs versmaadt, waarvan het anders veel houdt, omdat het nu wat beters heeft gevonden.

Ik heb een zeer leerrijk voorbeeld besproken in mijne verhandeling over den reuk bij de bijen 3). Professor Forel had uit het feit, dat bijen honig versmaadden, dien hij op kunstbloemen had gebracht, de gevolgtrekking gemaakt, dat zij geen reuk hadden. Volgens zijne mededeelingen hadden zij ook dahlia's (!) opgezocht.

Hierbij wenschen wij het volgende op te merken: In de eerste plaats moet ieder bijenkenner verbaasd het hoofd er over schudden, dat die dieren dahlia's zouden opzoeken. De dahlia's leveren niets wat de bijen kunnen gebruiken. Doch onafhankelijk daarvan ligt de grondfout hierin, dat Forel uit het veronachtzamen van den honig door de bijen de gevolgtrekking maakt, dat de bijen dien niet roken en dat zij dus slecht kunnen ruiken. De oorzaken, waarom de bijen zelfs als hun reukvermogen uitstekend is, toch niet naar den honig vliegen, kunnen van den meest verschillenden aard zijn. De bij kan bijvoorbeeld juist op dat oogenblik geen lust in honig hebben; of zij kan er wel lust in hebben, maar de kunstbloemen, waarop

1) „Der Geruchsinn der Bienen", Berliner Lokal-Anzeiger 1902 No. 167.

Sluiten