Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de honig is aangebracht, kunnen bestaan uit stoffen, waarvan de bijen een walg hebben; ook is het mogelijk, dat de reuk van den honig door krachtiger riekende stoffen bedekt wordt, evenals ook wij menschen, die achter een huis staan, niet kunnen zien.

Om volkomen zeker te zijn, heb ik de zaak voorgelegd aan een ouden, ervaren bijenhouder, den bekenden Gühler te Treptow, die naar aanleiding van de proef van Forel het volgende opmerkte :

„Als iemand beweert, dat de reukzin bij de bijen zeer zwak is, dan heeft hij er absoluut geen verstand van. De bijen zoeken onder alle omstandigheden uit de planten, eerst nectar als die voorhanden is, voordat zij den gereed zijnden honig opnemen. In den tijd van grooten voorraad kan men een vol vat honig open plaatsen in de nabijheid van de bijen, zonder dat zelfs één enkele bij zal naderen, als de honignapjes der planten nectar uitzweeten. Is er daarentegen geen voorraad voorhanden, dan zal één enkele druppel honig, dien men ergens in een prieel op de tafel laat vallen, in den kortst mogelijken tijd bijen naar zich toe lokken, die zoo lang terugkomen, totdat de geheele druppel opgezogen is. Zelfs in de woningen der menschen dringen de bijen binnen, als er geen voorraad van honig buiten te vinden is, zoodra in huis ergens honig open staat."

Het ligt in den aard der zaak, dat het mij zeer aangenaam was, dat een zoo oude, in de practijk grijs geworden ijmker, mijne opvattingen omtrent het reukvermogen der bijen in ieder opzicht bevestigde. Het is te betreuren, dat Forel niet eerst met den ervaren bijenhouder die vraag heeft besproken, dan zou hij niet zóó voorbarige gevolgtrekkingen hebben gemaakt.

Onder de abnormale omstandigheden moet ook gerekend worden argeloosheid, als gevolg van het feit, dat dieren gedurende langen tijd ongestoord en in volkomen zekerheid hebben geleefd. Indien dus b.v. struisvogels leven in streken, waar zelden

Sluiten