Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke doosjes, die niets bevatten. Alle wanden worden van luchtgaten voorzien, opdat de uitwasemingen het doosje kunnen verlaten. Opdat het oog de aanwezigheid van het voedsel niet kan waarnemen, moet de vulling uit den aard der zaak bij afwezigheid der dieren geschieden. Als dergelijke proeven door meerdere personen herhaaldelijk worden gedaan, dan mag men wel aannemen, dat tegen de methode der proefneming geen bedenkingen kunnen worden ingebracht. Ik beweer, dat vogels niet in staat zijn het juiste doosje onmiddellijk te herkennen.

Na deze algemeene opmerkingen kunnen de beschouwingen der tegenstanders gemakkelijker worden begrepen en wederlegd.

De Meeningen der tegenstanders.

Het was oorspronkelijk mijn voornemen, elke meening in strijd met de mijne, die ter mijner kennis kwam, woordelijk aan te halen en daaraan mijn argumenten ter weerlegging toe te voegen. Doch dit voornemen is verijdeld geworden door gebrek aan plaatsruimte, daar het bleek dat de uitvoering van dit plan een geheel boekdeel zou vereischen.

Overigens is mij de weerlegging in zóóverre gemakkelijk gemaakt, daar mijne tegenstanders zelf wel niet zullen beweren, dat zij meer van de zaak weten dan autoriteiten op dit gebied als Brehm en anderen op wie ik mij heb beroepen. Bovendien berust meer dan de helft van alle punten, die een onderwerp van strijd uitmaken, op misverstand en onjuiste opvattingen, zooals ik zooeven heb beschreven.

Het vermakelijkst is echter, dat mijne tegenstanders zelf onderling de meest afwijkende begrippen hebben over de zintuigen der dieren. Mijn voornaamste tegenstander, de opperhoutvester Rothe, heeft in een reeks artikelen 1) over het reukvermogen der vogels de volgende stelling verkondigd: „Wat

1) Deutsche Jager-Zeitung, die Seele der Tiere, Deel 40. No. 7—9. Dr. Th. Zei.l, Hebben de dieren verstand ? 8

Sluiten