is toegevoegd aan uw favorieten.

Hebben de dieren verstand?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en bedekt met zijn dikken staart, dien hij als een hoepel om zijn hoofd slaat, zijn aangezicht. Eerst als het volkomen donkere nacht is geworden, lang na de schemering, wordt hij goed wakker, en kruipt dan te voorschijn uit zijne donkere kamer, schijnbaar nog steeds met een gevoel van angst en vrees, dat hij nog door een lichtstraal zal worden verlicht. De schijn van een kaars, die andere nachtdieren volstrekt niet hindert, doet hem ijlings vluchten."

Dergelijke dieren, die overdag rusten, omdat het licht ze hindert, komen in grooten getale voor. Onder de roofdieren herinneren wij slechts aan leeuw, jagoear, los, wilde kat, en verder aan vleermuizen, schorpioenen enz.

De helft der zoogdieren zijn dus dieren wier hoofdzintuig de reuk is, en wien het licht tamelijk onverschillig is. Als zebra's, antilopen enz. bij voorkeur bij dag grazen, dan is dit daarom, omdat zij op dien tijd het minst worden verontrust door hunne voornaamste vijanden, de lichtschuwe kattensoorten. Bovendien heeft natuurlijk des nachts het dier, dat des nachts het best ziet, een voordeel tegenover de overige dieren, terwijl het bovendien nog, zooals wij later zullen zien, voordeel heeft van de windstilte.

Van de overblijvende helft zijn nu weer de helft dieren, die des nachts zien, wien zelfs het daglicht een gruwel is; er blijft dus ongeveer een vierde gedeelte der dieren over, waarop de verzen van Schiller van toepassing zijn, terwijl hij dit toch beweert van „alle wezens." Daar de Chineezen ongeveer het vierde deel uitmaken van de totale bevolking der geheele aarde, is zijne bewering even waar als wanneer hij zeide: Alle menschen zijn Chineezen.

Men trachte het bovenstaande niet te weerleggen met de bewering, dat nachtdieren, zooals adders, uilen enz. zich over dag door de zon laten beschijnen, ja zelfs dat zij dit noodig hebben om in het leven te kunnen blijven. Die dieren zoeken