Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vele wilde dieren, zooals hyaena's, wild, slangen, vogels enz. daardoor worden gelokt. De voorliefde van kapellen en vooral van motten voor het licht is voldoende bekend; zoo ook vangt men het best kreeften bij fakkellicht.

Is het nu wel mogelijk, in dien doolhof een leidenden draad te vinden ? Naar mijne meening is dat wel degelijk mogelijk, als men in het oog houdt wat vroeger gezegd is over dieren, wier hoofdorgaan de oogen en die, wier hoofdorgaan de neus is, en tevens let op het verschil tusschen de dieren, die bij dag en die welke des nachts zien.

De dieren, wier voornaamste zintuig de reuk is, en waarvan wij hebben aangetoond, dat zij zwak van gezicht zijn, zullen uit den aard der zaak het minst van het licht en van het vuur te lijden hebben. Honden staren dikwijls lang in den gloed. Volkomen juist zegt Brehm, dat alle prikkels, die hunne zintuigen te sterk prikkelen, hen tegenstaan. Het minst gevoelig blijken zij te zijn voor licht; zij zijn echter zeer gevoelig voor harde en schelle tonen of sterke geuren.

Zoo blijft de hond er totaal ongevoelig voor, als men in zijne tegenwoordigheid den kerstboom aansteekt. Om dezelfde reden ontziet het nijlpaard, dat zeer zwak van gezicht is, het vuur op zichzelf zeer weinig.

Omgekeerd, worden de dieren, die 's nachts zien en scherp van gezicht zijn, door het vuur zeer verblind, en hierin is de ware oorzaak gelegen, waarom zij het ontzien.

Men zou reeds lang op dit denkbeeld gekomen zijn, als niet het gedrag onzer huiskat, die niet zeer gevoelig is voor licht, verwarring had gesticht. Maar men had geheel over het hoofd gezien, wat de gewoonte vermag. In de menagerieën worden dieren, die in den natuurstaat des nachts zien, dagdieren, en evenzoo heeft de kat zich zoozeer aan het licht gewend, dat men alleen nog slechts aan hare pupillen kan zien, dat zij nachtdier is.

Sluiten