Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan ook een algemeen bekend feit, dat ieder jager er zich voor wachten moet, witte boorden en manchetten of blanke hooge laarzen te dragen. Zoo ook is het van het hoogste gewicht, dat de jager zich niet beweegt.

Daar nu de haas behoort tot de dieren, wier reukorganen hun voornaamste zintuig zijn — zijn slecht gezicht is immers spreekwoordelijk geworden — daar hij bovendien geen weerbaar, maar een vluchtend dier is, zoo is het volkomen begrijpelijk, dat hij gemakkelijk door lappen kan worden verschalkt. Opdat hij de lappen of veeren kunne zien, moeten deze tegen de omgeving afsteken, zij mogen dus niet groen of donker zijn, verder moeten zij zich bewegen, daar onbewegelijke, witte voorwerpen gemakkelijk over het hoofd kunnen worden gezien.

Thans begrijpen wij, waarom dit middel om wild te vangen bij windstilte gewoonlijk geen resultaat oplevert.

Een overtuigend bewijs voor de juistheid mijner meening is het volgende. Volgens Bronsart von Schellendorf kan de zebra gemakkelijk naar één punt worden opgejaagd — wat bij een dier, waarvan de reuk het voornaamste zintuig is, wegens zijne zwakke oogen niet te verwonderen is; doch de struisvogel, die voor dom versleten wordt, maar die scherp kan zien, kan niet worden opgejaagd.

Het met groote oogen aanstaren van runderen en

antilopen. De koe voor een nieuwe deur.

Nog andere gevallen, die hiertoe behooren, zijn de volgende :

Het met groote oogen aanstaren van runderen en antilopen.

In jachtverhalen vindt men herhaaldelijk een eigenaardigheid vermeld van vervolgde runderen en antilopen, en wel deze, dat zij op de vlucht plotseling halt maken en den jager met verbaasde blikken aanstaren. Zelden heb ik nog eene meening hooren verkondigen, waarom die dieren zoo handelen.

Sluiten