Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tusschen de regels kan men trouwens gewoonlijk lezen, dat in ieder geval de domheid der herkauwende dieren de voornaamste oorzaak moet zijn.

Ook van het Engelsche parkrund, dat in halfwilden toestand in Lanarkshire leeft, wordt dezelfde eigenaardigheid medegedeeld. De uitnemende schilder en waarnemer van dieren Ludwig Beckmann, heeft eenige tientallen van jaren geleden die rundersoort in hare woonplaats opgezocht en schrijft daarover het volgende :

„Zoodra ik naderde, stonden de runderen op en keken mij voortdurend met verbaasde blikken aan. De koppen werden daarbij niet hooger opgetild dan tot de hoogte van den rug; ja zelfs de jongere runderen, die het dichtst bij mij stonden, hielden den kop diep naar beneden tot aan de knieën, om mij des te scherper in het oog te kunnen vatten; dit gaf hun een bijzonder slim uiterlijk. Toen ik tot op ongeveer tachtig schreden genaderd was, zette zich de troep langzaam in beweging."

De op marsch getrokken troep verwijderde zich in een grooten boog en maakte daarna op eene open plaats plotseling halt, waarbij de koppen van alle runderen zich weer onbewegelijk naar mij toe richtten. Ik trachtte nu ten tweeden male te naderen; doch nu sloeg de kudde reeds op honderdtwintig pas op de vlucht en hield zij eerst op een grooten afstand halt. De dieren waren nu reeds zóó schuw geworden, dat ik ze zeker geheel uit het oog zou hebben verloren bij eene derde poging om te naderen, ik achtte het daarom het best, voorloopig naar mijn wagen terug te keeren, en ze van daar uit voorloopig met behulp van een goeden verrekijker waar te nemen. Na enkele minuten werden zij weder rustig, en de een na den ander ging weder liggen op de plaats, waar hij stond, om weder verder te herkauwen."

Volgens Beckmann is die neiging van het parkrund, om bij vervolging in een wijden boog te vluchten, daarna halt te maken

Sluiten