Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kamer, als de planten daaruit verwijderd waren. Bovendien scheen echter het temperament van iedere rups op zichzelf een rol te spelen, daar toch enkele rupsen het voedsel sneller, andere langzamer vonden. De waarnemer was van oordeel, dat daarin geen bewijs gelegen was voor de hoogere intelligentie van een deel der rupsen, maar alleen voor de grootere lichamelijke bewegelijkheid, die het mogelijk maakte, dat zij konden doorloopen, zonder telkens een tijd te moeten nemen om hun tocht door rusten te onderbreken. Eene reeks van andere proeven werden genomen met rupsen, die alleen bladeren van bepaalde boomsoorten als voedsel nemen. Die rupsen lieten zich niettegenstaande hun duidelijk op den voorgrond tredenden smaak van tijd tot tijd foppen; zij konden er namelijk toe gebracht worden iets te eten van het ééne of andere voedsel, dat hun anders ongenietbaar voorkwam, als het sap der plant, waarvoor zij eene bepaalde voorkeur bezaten, op de bladeren der andere plant was gewreven. De rupsen gaven echter nog sterkere bewijzen van hunne domheid, want zij lieten zich steeds verleiden, in de eerste de beste stof te bijten en zelfs daarvan te eten, als zij eenmaal aan het eten waren. Werd hun bijvoorbeeld hun gewoon voedsel voorgelegd en daarna plotseling een blad, dat hun anders vreeselijk tegenstond, ja zelfs een stuk papier of een stuk bladtin, dan beten zij steeds eenige malen daarin, doch trokken spoedig den kop terug, en hapten met een duidelijk gevoel van onbehagelijkheid met hunne bijtwerktuigjes in de lucht. Hun vraatzucht had echter steeds na korten tijd de overhand boven den tegenzin, die door het bedrog was opgewekt, en spoedig begonnen de rupsen weder op de gewone wijze te eten. Werd hun de vreemde stof in tusschenpoozen van ij minuut of meer voorgehouden, dan vielen zij telkens op dezelfde wijze daarop aan, een bewijs, dat die tijd voldoende was om de herinnering aan het voorafgegane bedrog in de hersenen van de rups weder uit te wisschen. Als de tusschenDk. Th. Zeli., Hebben de dieren verstand? 10

Sluiten