Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kor teren weg nemen, die het eindpunt kunnen zien, iets wat feitelijk bij de rupsen als uitgesloten mag worden beschouwd.

Dat een dier, dat zich met den neus moet oriënteeren, gemakkelijk kan worden gefopt, als men de uitwasemingen van een eetbare stof overbrengt op een niet-eetbare stof, is gemakkelijk te begrijpen. Zijn immers bij ons vergissingen bij het zien niet even gemakkelijk mogelijk ?

Men neme eens de volgende proef: in een zakje met choco lade-bonbons doet men enkele bonbons, uit zeep vervaardigd, die op verrassende wijze op de andere gelijken, en geeft dit aan een hongerigen jongen. Een hond zal men daarmede nooit kunnen bedriegen, een mensch echter zeer gemakkelijk. Hoe dikwijls huilen kinderen, als de moeder of een goede bekende een masker voordoet, hoewel zij niet dommer zijn dan een hond, op wien eene dergelijke handelwijze meestal niet den minsten indruk maakt.

Dat een rups, die in vrijen toestand nooit wordt gefopt, bij de haar eigen vraatzucht in oneetbare voorwerpen bijt, schijnt volstrekt geen bewijs van domheid te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zou men onze grootste geleerden in een gezelschap de ongeloofelijkste gerechten kunnen voorzetten, als zij er niet op verdacht waren. Zoo schijnt het mij ook toe, dat het verhaal van Harpagos, die zonder het te weten een stuk van zijn eigen zoon heeft gegeten, niet zoo ongelooflijk is, en nooit heb ik daarin een bewijs van domheid kunnen zien (zie blz. 109).

Men zou zich dus aan eene groote dwaling schuldig maken, indien men uit bovenstaande proeven zou willen besluiten tot gebrek aan verstand bij de rupsen.

10 *

Sluiten