Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meen, betreft. Dieren, wier hoofdorgaan de neus is, zullen uit den aard der zaak een duidelijk op den voorgrond tredend inzicht hebben in alle geuren. Daar het paard eveneens een neusdier is, zoo is het een gewoon gebruik bij ruitervolken, zich de gehechtheid en aanhankelijkheid van zijn paard daardoor te waarborgen en te behouden, dat men het voorwerpen onder den neus wrijft, die gedrenkt zijn met de uitwasemingen en geuren van het eigen lichaam. Wij komen hierop nog later terug.

Vogels kunnen daarentegen niet speuren, zooals ik op andere plaatsen uitvoerig heb duidelijk gemaakt. Als men een vogel aan zich kan hechten, door hem het eten vóór te kauwen, dan heeft dit met het speuren niets te maken. De vogel vindt het eene aangename gewaarwording, dat men het gekauwde niet inslikt, maar aan hem overlaat, en bovendien dat men hem de moeite bespaart, om het voedsel fijn te maken, wat werkelijk voor een vogelsnavel niet zoo gemakkelijk is.

Door een proef kan iemand, die een hond en een vogel, b.v. een papegaai, bezit, zich gemakkelijk overtuigen van de juistheid mijner opvatting. Als hij b.v. op reis een voorwerp koopt, dat hij aan zijn lichaam draagt, b.v. eene porte-monnaie of bretels, en bij zijn terugkeer dat voorwerp door een bode vooruit zendt, dan zal de hond onmiddellijk weten, dat zijn heer komt, hoewel hij het voorwerp nog nooit heeft gezien; de papegaai zal echter niets daarvan merken.

De theorie van Jager zal dus weinig beteekenen bij die honden, die hoofdzakelijk hunne oogen gebruiken, zooals b.v. de hazewindhonden, en in zekeren zin ook bij de herdershonden. Daarentegen heeft zij groote beteekenis bij alle neusdieren, dus ook bij de runderen. Bij deze is zij reeds eeuwenlang bekend; immers ik herinner mij, herhaaldelijk gelezen te hebben, dat de Indianen de gevangen buffelkalveren daardoor temden, dat zij hun in de neusgaten bliezen. Op eene dergelijke wijze

Dr. Th. Zell, Hebben de dieren verstand ? 11

Sluiten